Wat doen we?  Kunstmatige inseminatie


Hoe groot is je kans op succes?


Bij kunstmatige inseminatie worden enkel de meest geschikte zaadcellen gebruikt en ze worden meteen tot voorbij de baarmoederhals gebracht, die anders minstens een groot deel van de zaadcellen tegenhoudt. Daarmee stijgt de kans op bevruchting aanzienlijk.
Hoe groot die kans is, hangt mee af van het vruchtbaarheidsprobleem waarmee je kampt. Doorgaans wordt bij de helft van de paren een zwangerschap bereikt binnen de vier à zes behandelingscycli.
  • Is er sprake van ondoordringbaarheid van de baarmoederhals of van onverklaarde onvruchtbaarheid, dan bedraagt de slaagkans gemiddeld tien à elf procent per menstruatiecyclus;
  • is de kwaliteit van het zaad het probleem, dan daalt het succespercentage tot zeven à tien procent per cyclus.
De resultaten met sperma van de eigen
partner (andrologisch = bij verminderde
zaadkwaliteit). Klik erop voor een vergroting.
De resultaten met donorsperma.
Klik erop voor een vergroting.
Dat laatste verklaart meteen waarom de gemiddelde slaagkans bij KID groter is dan bij KI met eigen sperma: donorsperma wordt vooraf onderworpen aan een strenge selectie en is daarom onveranderlijk van goede kwaliteit. De slaagkans bedraagt dan ook ongeveer elf procent per menstruatiecyclus.
 
Algemeen kunnen we zeggen dat bij KI en bij vrouwen onder de 37 jaar de bevallingskans – dus niet de kans op zwangerschap, maar op een baby – 50% bedraagt binnen de zes cycli. Bij KID is dat 61%. Zowel bij KI als bij KID ligt dat percentage voor vrouwen ouder dan 37 gevoelig lager.

Als de vrouw na zes cycli kunstmatige inseminatie nog niet zwanger is, dan moet de onvruchtbaarheid van het paar opnieuw worden bekeken. Soms kan IVF hier alsnog een uitweg bieden; eventueel na het uitvoeren van een aantal bijkomende onderzoeken.