Pre-implantatie Genetische Diagnose (PGD)
Aneuploïdie Screening (PGD-AS of PGS)
Nut van PGS
|
Labo-opstelling voor PGD-onderzoek. |
|
Biopsie van een dag-3-embryo |
|
Twee blastomeren ná biopsie |
|
Aneuploïde screening van een normaal mannelijk embryo: chromosomen X ('blue'), Y ("gold"), 13 ("red"), 18 ("aqua") en 21 ("green"). |
Voor PGD-AS (of PGS) wordt dezelfde techniek gebruikt als voor pre-implantatie genetische diagnose (PGD). We kijken eerst na – via een bloedproef – of de chromosomen van de (toekomstige) ouders normaal zijn. Bij PGS nemen we ook bloed om de gekleurde DNA-merkers uit te proberen (zie verder).
De eicellen worden altijd bevrucht met één spermacel (via de ICSI-techniek), om tot een optimale bevruchting te komen. Na drie dagen worden uit het dan een achtcellig embryo een biopsie van twee cellen genomen. Die worden genetisch onderzocht.
Doelgroep PGD
Een PGD zoekt gericht naar een welbepaald erfelijk gendefect: in het labo weten we welk defect op welk gen we zoeken.
Als je een hoog genetisch risico loopt, geeft de techniek je de kans om zwanger te worden zonder dat je baby de ziekte erft die in de familie voorkomt. We denken hierbij aan aandoeningen zoals mucoviscidose, hemofilie, spierziekten, e.d. De meeste patiënten die er gebruik van maken, zijn niet onvruchtbaar.
PGD kan je zien als een zeer vroege prenatale diagnose. Maar terwijl een prenatale diagnose (van de reeds genestelde vrucht in de baarmoeder) je bij een negatief resultaat voor de keuze stelt om de zwangerschap al dan niet te onderbreken, wordt dat met PGD vermeden. Embryo's die het erfelijk defect vertonen, worden gewoon niet teruggeplaatst in de baarmoeder.
Verschil met PGS
Bij PGS wordt niet één welbepaald gen geëvalueerd, maar een diagnose gesteld over de chromosomale inhoud van een cel. Dat gebeurt met specifieke, fluorescente DNA-merkers, waarmee de chromosomen in de kernen van embryonale cellen kunnen worden geteld.
De techniek laat toe om in het labo een selectie te maken van bevruchte embryo's, niet alleen op basis van hun morfologie (hoe ze fysiek gevormd zijn), maar ook op basis van hun chromosomale inhoud.
Ter voorbereiding van de PGS bij het embryo nemen we een bloedproef van de (toekomstige) ouders. Dat doen we om de gekleurde DNA-merkers uit te proberen op de chromosomen van man en vrouw: op die manier gaan we na of er geen problemen zullen zijn met het herkennen van de chromosoomsignalen in de embryo's.
Welke chromosomen kunnen vandaag getest worden?
Omwille van een tekort aan voldoende verschillend gekleurde chromosoommerkers is het aantal chromosomen dat binnen de 48 uur tegelijkertijd kan worden geteld, beperkt. Op dit moment kijken we alleen de chromosomen 13, 16, 18, 21, 22, X en Y na. Die liggen namelijk vaak mee aan de basis van miskramen of zij betrokken bij een aantal ernstige afwijkingen – die de levensvatbaarheid van het embryo bedreigen – zoals trisomie 21 (Downsyndroom).
Doelgroep PGS
Uit studies weten we dat er een relatie bestaat tussen de leeftijd van de moeder en het aantal chromosomaal abnormale embryo's na IVF. Wellicht is dat de reden waarom IVF bij oudere patiënten minder goed lukt en waarom er meer miskramen voorkomen.
Vanuit deze wetenschap is de idee gegroeid om een selectie te maken tussen chromosomaal abnormale embryo's en gezonde, vóór de transfer naar de baarmoeder, om op die manier de slaagkans van een IVF-cyclus te verbeteren.
De techniek is relatief nieuw. De weinige studies die erover bestaan geven aan dat PGD-AS best voorbehouden wordt voor vier groepen van patiënten:
- vrouwen ouder dan 37 jaar. Bij deze groep – waarmee we in het CRG totnogtoe het meest ervaring hebben – kunnen tot zestig procent van de embryo's chromosomaal abnormaal zijn;
- vrouwen die al verschillende IVF-pogingen achter de rug hebben zonder succes, hoewel de embryo's voor transfer morfologisch goed waren. Er moet dus een andere oorzaak zijn voor het falen;
- vrouwen die verschillende opeenvolgende miskramen achter de rug hebben (mogelijk van chromosomaal abnormale embryo's); en
- paren waarvan de man een zwaar spermatogeneseprobleem heeft (probleem bij de aanmaak van zaadcellen). De weinige spermatozoïden zijn dan misschien wel chromosomaal abnormaal.
Omgekeerd, bij patiënten die weinig (kans op) chromosomaal abnormale embryo's hebben, zal PGD-AS weinig extra informatie verschaffen.
Nut van PGS
De eerste resultaten bij vrouwen ouder dan 37 jaar tonen aan dat de embryo's die normaal zijn voor de geteste chromosomen, beter inplanten. De verwachting op lange termijn is dat de uiteindelijke kans om een gezonde baby te krijgen hoger zal liggen voor de patiëntenpopulatie met PGD-AS dan voor de groep die deze procedure niet hadden.
Momenteel is de techniek nog beperkt: we kunnen niet alle chromosomen onderzoeken. Daardoor zou het best kunnen dat we embryo's waarvan we denken dat ze chromosomaal normaal zijn, terugplaatsen terwijl ze eigenlijk abnormaal zijn voor bepaalde chromosomen die niet onderzocht werden.
Ook stellen we vast dat we door de techniek zelf plusminus vier procent van de embryo's verliezen. Dat kan zijn omdat de biopsie fout afloopt, zodat het embryo afsterft of omdat het diagnoseresultaat onzeker is, zodat het embryo niet kan worden teruggeplaatst. De biopsie zelf beïnvloedt waarschijnlijk niet de levensvatbaarheid van de embryo's, maar helemaal zeker zijn we daarvan nog niet.
Conclusie
De beschikbare gegevens wijzen in de richting dat PGD-AS voor een geselecteerde groep van patiënten een belangrijke meerwaarde levert bij de selectie van de embryo's voor transfer. We hopen dat meer gegevens daarover zekerheid zullen geven en duidelijk zullen aantonen dat de kansen op zwangerschap met goede afloop toenemen na PGD-AS.
Tenslotte is er een kans dat PGD-AS onder de huidige of in een meer verfijnde vorm in de toekomst zal bijdragen tot de terugplaatsing van slechts één embryo, zodat de kans op meerlingzwangerschappen bij IVF tot een minimum worden beperkt.