Wat doen we?  Geassisteerde bevruchting


Coïtustiming


Goede raad vooraf

Klik op Levensstijl als je wil weten wat je zelf kan doen om je behandeling een grotere kans op slagen te geven.

Klik op Foliumzuur om te lezen wat elke vrouw die zwanger wil worden, moet weten.

De stimulatiekuur
  
Coïtustiming is gebaseerd op een eenvoudig principe: als je precies weet wanneer de eisprong van de vrouw plaatsvindt, weet je ook wanneer een paar seksuele betrekkingen moet hebben - uiteraard met ejaculatie - om een redelijke kans op zwangerschap te hebben. Vooral bij onverklaarde onvruchtbaarheid wordt vaak eerst gekozen voor coïtustiming (of kunstmatige inseminatie) als behandeling.
 
De stimulatiekuur
De stimulatiekuur bij coïtustiming is dezelfde als die bij kunstmatige inseminatie:
  • ofwel worden in tabletvorm anti-oestrogenen ingenomen (clomifeencitraat),
  • ofwel worden via injecties gonadotrofines toegediend.
De mogelijke bijwerkingen zijn in beide gevallen beperkt. In het geval van anti-oestrogenen kan het gaan om een opgezet gevoel in de buik, warmte-opwellingen en - uitzonderlijk - het waarnemen van lichtflitsen; in het geval van hormonale inspuitingen om een weinig buikpijn.
Inname van anti-oestrogenen
Door de inname van het anti-oestrogeen clomifeencitraat  krijgen de hersens het signaal dat het oestrogenenpeil laag is, wat ze proberen te verhelpen door sneller FSH en LH vrij te geven. Daardoor worden de eierstokken licht gestimuleerd.
Als clomifeencitraat aan het begin van de menstruatiecyclus wordt ingenomen, zal dat leiden tot de gelijktijdige ontwikkeling van enkele follikels.
Injecties met gonadotrofines
Een andere optie is de rechtstreekse inspuiting van de hormoonpreparaten hMG, FSH of rec-FSH, om de werking van de gonadotrofines FSH en LH na te bootsen. Daardoor worden de eierstokken eveneens gestimuleerd om meerdere eicellen tot ontwikkeling te brengen.
De injectiedosis moet wel precies bepaald worden, want het is niet de bedoeling - zoals wél bij IVF - om tot een superovulatie te komen.
De injecties worden onderhuids gegeven (subcutaan).  
Afronding met hCG-inspuiting of niet
Omdat beide stimulatiekuren doorgaans leiden tot een 'natuurlijke' LH-piek en daarmee ook - 36 tot 42 uur later - tot een 'natuurlijke' eisprong, moet het LH-gehalte in het bloed geregeld worden gecontroleerd. Zo kan het ovulatietijdstip zeer precies worden bepaald.
Als de LH-piek zich echter niet voordoet en de echografie toch aantoont dat één tot maximum drie follikels rijp zijn voor bevruchting (hun doorsnee is 17 mm of meer), zal ervoor gekozen worden om de ovulatie uit te lokken via een hCG-injectie.
Ook deze injectie wordt onderhuids gegeven (soms ook in de spieren): je kan dat thuis zelf (laten) doen, maar wel op het tijdstip dat door de DPM wordt bepaald (zie ook hierna).
De behandeling in detail
Klik op ill. voor
instructies
clomifeencitraat
Klik op ill. voor
instructies
gonadotrofines
  • Op dag 1 van je cyclus (de dag dat je opstaat met rood bloedverlies) contacteer je telefonisch de Dagelijkse Patiëntenmonitoring (DPM), het team dat je behandeling opvolgt en begeleidt via bloedanalyses en echografieën. Je maakt telefonisch (zie korte lijst) een afspraak om op dag 12 (of dag 11 als dag 12 een zon- of feestdag is) een echografie te plannen.
    • Stimulatie via anti-oestrogenen:

je neemt elke dag vanaf dag 3 tot en met dag 7 het aantal voorgeschreven tabletten.

  • Stimulatie via inspuitingen met gonadrotofines hMG of rec-FSH:

je volgt de richtlijnen van je arts, zowel qua keuze van medicijn en doses die je (laat) inspuiten, als qua dagen om daarmee te beginnen en te stoppen.

  • Op dag 12 (of dag 11) laat je een bloedafname doen. Dat kan zonder afspraak (zie bloedprik).
  • Aansluitend daarop wordt de echografie gemaakt waarvoor je op dag 1 een afspraak hebt gemaakt (voor de praktische regeling, zie echografie).
  • Nog steeds op dag 12 bel je na 16u. de DPM voor verdere instructies.
Vanaf dan zijn er twee mogelijkheden:
  • ofwel geeft je bloedanalyse een LH-piek te zien: de eisprong is dus nakend. Volg dan nauwkeurig de richtlijnen van de DPM;
  • ofwel toont de bloedanalyse nog geen LH-piek: dan bepaalt het resultaat van de echografie wat er moet gebeuren:
    - als de follikel nog te klein is (diameter < 17 mm.) plan je samen met de DPM een nieuwe echografie en (voorafgaande) bloedanalyse;
    - als de echografie minstens één en maximum drie rijpe follikels toont, moet je 's avonds de aangegeven doses hCG (laten) inspuiten. Daarna moet je dezelfde avond nog seksuele betrekkingen hebben, evenals de avond daarna.
  • Tussen dag 26 en dag 28 laat je opnieuw een bloedanalyse doen, dit keer als zwangerschapstest.
Opvolging van het resultaat
Tussen dag 26 en 28 van je cyclus - al naargelang van het tijdstip van de LH-piek of hCG-injectie - moet je - de vrouw - opnieuw een bloedonderzoek laten doen, om te achterhalen of je zwanger bent of niet.
Samen met jullie duimen wij natuurlijk voor een positieve uitslag. Maar ook als intussen je menstruatie al is begonnen, blijft de bloedprik aangewezen. Uit het bloed kan worden afgeleid of er een normale eisprong heeft plaatsgehad en of de bloeding inderdaad de menstruaties zijn, wat met het oog op een toekomstige poging belangrijk is.

Innesteling vergemakkelijken met progesteron (indien van toepassing)
Afhankelijk van de situatie zal je worden gevraagd om vanaf de dag ná de gemeenschap progesteroncapsules diep in de vagina in te brengen. Progesteron bevordert de opbouw van het baarmoederslijmvlies en vergemakkelijkt de innesteling van een embryo.
Je brengt de capsules drie keer per dag in, op geregelde tijdstippen (b.v. om 8u., 16u. en 22u.) en je gaat daarmee door tot de DM zegt dat je mag stoppen.
Om het gevaar voor vaginale ontstekingen te verkleinen, doe je dat best met schoongewassen handen. Aangezien de ingebrachte capsules onvermijdelijk voor een beetje vaginale afscheiding zorgen, wordt het gebruik van inlegkruisjes aanbevolen. 
Top