IVF - ICSI - IVM

MBV-behandeling: wat?

MBV staat voor medisch begeleide voortplanting. Dat is de overkoepelende term voor de verschillende vruchtbaarheids-behandelingen: kunstmatige inseminatie, IVF, IVF-ICSI, IVM,...

Als zwanger worden spontaan niet lukt, zijn verschillende MBV-behandelingen mogelijk. Welke het meest aangewezen is, hangt af van je vruchtbaarheidsprobleem.
Daarom zal de CRG-arts proberen om via vooronderzoeken de oorzaak van jullie verminderde vruchtbaarheid in kaart te brengen: zie onderzoeken vrouw en man.

Over inseminatie en stimulatie vertelt je meer over de andere MBV-behandelingen van het CRG, zoals kunstmatige inseminatie.
Maar soms is een andere behandeling niet aangewezen of leidt ze niet tot een zwangerschap.
  • Dan kan IVF of IVF met ICSI mogelijk uitkomst bieden.
    Bij IVF gebeurt de bevruchting (de versmelting van zaadcel en eicel) niet in het lichaam van de vrouw, maar in een petrischaaltje in het laboratorium ('in vitro' betekent 'in glas'). In dat schaaltje ontstaan de embryo's, vandaar de naam 'proefbuisbaby'.
  • En dan is er nog in-vitro maturatie (IVM), een patiëntvriendelijke behandeling die steeds betere resultaten geeft.
    IVM maakt het mogelijk om tot de in-vitro-ontwikkeling van embryo’s te komen na het oogsten en laten uitrijpen van onrijpe eicellen.

IVF-ICSI stap voor stap

Aan elke MBV-behandeling gaat een (medisch) voortraject vooraf. Van in dat begin en door je behandeling heen kan je rekenen op professionele begeleiding in het CRG. Daarom begint onze uitleg over de behandeling daarmee.

In "gebruikte hormoonpreparaten" vind je informatie over welke soorten hormonen in je behandeling gebruikt kunnen worden.
Als patiënt van het CRG krijg je bovendien een DVD met demofilmpjes over de toediening van de medicatie die je voorgeschreven kreeg.

Goede raad vooraf

Wat kan ik zelf doen om mijn behandeling een grotere kans op slagen te geven? Je leest het hier.

En klik op Foliumzuur als je wil weten wat elke vrouw die zwanger wil worden, daarover moet weten.

          
Medisch voortraject

De counseling
Dagelijkse patiëntenmonitoring (DM)
Pre-operatief bloedonderzoek

In zikagebied verbleven?

Als je onlangs in een risicogebied voor zika bent geweest, mag je niet zonder meer aan een MBV-behandeling beginnen.
Daarom moet je ons een dergelijk verblijf altijd melden: klik op de link voor het waarom.
En klik hier voor een actuele kaart van gebieden waar het zikavirus voorkomt.


Gedurende je hele behandeling word je professioneel begeleid door mensen uit het team van het CRG. Enerzijds is dat natuurlijk de fertiliteitsarts, anderzijds kan je terecht bij een counselor. Dat is de verpleegkundige of vroedvrouw die instaat voor het verstrekken van informatie over, en voor de begeleiding tijdens jouw behandeling.

Medisch voortraject     

Zowel de vrouw als de man spelen een cruciale rol spelen in de voortplanting, daarom zullen we beide partners vooraf medisch onderzoeken. Welke onderzoeken dat voor elk van jullie impliceert wordt besproken tijdens de eerste afspraak met de CRG-arts.
  • Met het oog op een efficiënt verloop van de consultatie vragen we jullie om van tevoren een vragenlijst in te vullen over je medische en familiale historiek.
    Je kan dat formulier hier downloaden: vragenlijst vrouw, vragenlijst man.
  • Ook vragen we – en dat om overbodige onderzoeken te vermijden – dat jullie de resultaten van eventuele eerdere tests en alle relevante medische informatie meebrengen.
    Als deze informatie zich nog elders bevindt, kan je ze gewoon opvragen. De huidige wetgeving laat toe dat je dat zelf doet. Als patiënt kan je een kopie vragen van je medisch dossier, of zich dat bevindt bij je huisarts, je gynaecoloog of in het ziekenhuis waar je behandeld werd.
  • De onderzoeken die de arts toch nodig acht, kan je zowel in UZ Brussel als elders laten uitvoeren:
    • in het laatste geval krijg je van de CRG-arts een aanvraagformulier mee;
    • in het eerste geval maak je een afspraak met de polikliniek van UZ Brussel (zie contact). 

Voorbereidend bloedonderzoek     

Praktisch

Over het waar-wanneer-en-hoe van bloedafnames tijdens je behandeling in het CRG.

Elke vruchtbaarheidsbehandeling in het CRG wordt voorafgegaan door een bloedonderzoek. Dat laat ons toe om een gedetailleerde hormonenbalans op te stellen, het aantal en de structuur van de chromosomen te controleren en mogelijke antilichamen op te sporen tegen o.a. geelzucht (hepatitis), het HIV-virus (aids) en syfilis.
In het geval van de vrouw wordt ook gecheckt of ze beschermd is tegen rodehond (rubella) en de kattenziekte (toxoplasmose). In beide gevallen gaat het om een aandoening die, als de vrouw ze in het begin van de zwangerschap krijgt, ernstige schade aan het kind kan berokkenen.

Spermaonderzoek     

Praktisch

Over het waar-wanneer-en-hoe van de afgifte van een spermastaaltje tijdens je behandeling of voor donatie.

De vruchtbaarheid van een man hangt vooral samen met aantal zaadcellen in zijn sperma en met de beweeglijkheid en de vorm van die cellen. Daarom wordt elk van die drie elementen grondig bestudeerd: zie routine-zaadanalyse. Meteen wordt nagegaan of er voldoende bruikbare zaadcellen kunnen worden afgezonderd voor de inseminatie of de bevruchting van de eicellen in het laboratorium.
Als je op het ogenblik van het medisch onderzoek drie tot vijf dagen geen zaadlozing hebt gehad, kan je onmiddellijk een staaltje produceren. Gewoon door zelfbevrediging in een apart kamertje, al dan niet geholpen door je partner.
Een spermastaaltje mag je ook elders dan in het CRG aanmaken, maar dan moet je het binnen het uur in een speciaal potje op het laboratorium afgeven. Daarvoor moet je vooraf wel een afspraak gemaakt hebben met het laboratorium andrologie (zie contact). Onderweg hou je het potje zorgvuldig op lichaamstemperatuur, bijvoorbeeld door het in de binnenzak van je jas te stoppen. 

Bijkomende onderzoeken     

Afhankelijk van jullie specifieke medische situatie kunnen nog andere onderzoeken of ingrepen aangewezen zijn.
Zie daarvoor de overzichtslijst bij de vrouw en bij de man.

De counseling     

Een week of vijf na het eerste doktersconsult zijn alle voorbereidende onderzoeken uitgevoerd en de resultaten ervan bekend. Daarop volgt jouw tweede afspraak bij de arts, waarin hij of zij samen met jou/jullie de resultaten zal overlopen. Op basis daarvan stelt de arts een concreet behandelingsschema voor
Daarna krijg je een afspraak maken met de counselor, voor een informatiesessie waarin je behandeling vanuit verschillende invalshoeken wordt overlopen. De counselor overloopt met jou/jullie het volgende:

Praktisch

Klik hier voor een overzicht van alle behandelingsschema's.

  • de praktische aspecten, zoals bv. de startdatum en het overleg met de planningsverantwoordelijke, de openingsuren, de manier om afspraken te maken in het CRG, het waar en wanneer van welke interventie, etc.
  • het medische luik: wat je behandeling inhoudt, welke medicatie je moet nemen, hoe je die moet toedienen en hoe je je moet voorbereiden op een interventie;
  • de communicatie met het CRG: met de Dagelijkse Patiëntenmonitoring (DM) tijdens je behandeling en daarna – bij een eventuele  zwangerschap – met het follow-upteam;
  • de juridische aspecten, zoals welke toestemmingsformulieren je/jullie moet(en) ondertekenen; en
  • de financiële kant van de zaak, met – voor Belgische patiënten die mutualiteitsgerechtigd zijn – informatie over de voorwaarden tot terugbetaling van de behandeling.
Als de arts dat nog niet gedaan zou hebben, zal de counselor jullie adviseren dat de vrouw foliumzuur begint te nemen zodra jullie beslist hebben om een vruchtbaarheidsbehandeling te ondergaan. Zie foliumzuur voor het waarom.

De hele fertiliteitsbehandeling lang fungeert de counselor als jouw/jullie vertrouwenspersoon, die je tijdens de kantooruren steeds kan contacteren voor hulp en advies. Vanuit een jarenlange ervaring zal zij (of hij) jullie begeleiden bij eventuele fysieke, psychische of praktische problemen. Indien nodig maakt de counselor ook een (nieuwe) afspraak met de behandelende arts of met de psycholoog van het CRG. Uiteraard staat zij (of hij) ook bij elke eventuele volgende MBV-poging voor u paraat.
Voor sommige onderdelen van de IVF-behandeling word je in de Verpleegeenheid van het CRG (VPE 03) verwacht. Daar wordt de rol van de counselor tijdelijk door een verpleegkundige van die eenheid overgenomen.

Afspraken over de startdatum van de stimulatiekuur 

Algemene regel

In alle gevallen waar de startdatum nog niet definitief werd vastgelegd tijdens de consultatie in het CRG of om de een of andere reden gewijzigd moet worden: contacteer ons voor een concrete datum zodra je de beslissing hebt genomen. Dat doe je via de planningsverantwoordelijke (zie contact)
Hoe langer vooraf je het doet, hoe meer kans je hebt dat de behandeling kan beginnen op het door jou gewenste tijdstip.

Op het medicatieschema dat bij een IVF-behandeling hoort staat een belangrijke datum: de dag waarop je (de vrouw) met de stimulatiekuur mag beginnen. We noemen dat de startdatum. Zolang die niet werd vastgelegd, is je behandeling niet in de planning van het CRG opgenomen en kan ze dus ook niet beginnen.

Waarom?

In ons centrum willen we graag voor elke IVF-behandeling de beste kwaliteit kunnen garanderen. Daarom besteden we niet alleen grote zorg aan de begeleiding van onze patiënten – jou en je partner – maar ook aan de eigenlijke in-vitrobevruchting: het laboratoriumwerk, zeg maar.
Kwaliteitsnormen en controleprocedures moeten ervoor zorgen dat het laboresultaat optimaal is. Maar kwaliteit kost tijd. Het aantal handelingen dat de betrokken embryologen, verpleegkundigen en medici kunnen stellen, is daarom per dag beperkt. Het is dus nodig om een strikte planning op te stellen, en dié is gebaseerd op de startdatum van de stimulatiekuur. Uit die datum vloeien alle volgende stappen van de behandeling voort.

Praktisch

  • Als de IVF-behandeling die je ondergaat de eerste is, wordt de startdatum vastgelegd in het gesprek met de counselor en ingevuld op het behandelingsschema dat je meekrijgt.
  • Als de behandeling geen succes heeft gekend en je een volgende poging wil ondernemen, zal een nieuwe startdatum bepaald worden in overleg tussen jou/jullie, je gynaecoloog en de counselor. Om medische en organisatorische redenen zal het vaak niet mogelijk zijn om meteen de volgende menstruatiecyclus te beginnen.

In beide situaties is het dus mogelijk dat je nog niet meteen bij de counselor of de gynaecoloog beslist om met de (nieuwe) behandeling te beginnen. Dan wordt er meestal een voorlopige startdatum afgesproken.
  • Zodra je daarna beslist om een (nieuwe) IVF-cyclus te beginnen, moet je de startdatum afspreken of bevestigen voor je begint met de inname van de stimulatiemedicatie.
  • Hetzelfde geldt bij de onderbreking van je behandeling. Soms levert de stimulatiekuur immers niet het gewenste resultaat op en wordt ze daarom stopgezet. In het belang van de kwaliteit wordt dan vaak beslist om een cyclus over te slaan alvorens opnieuw te beginnen.
    Ook dan moet je dus een nieuwe startdatum afspreken en wordt de behandeling opnieuw gepland.

Kortom, zonder dat de startdatum werd gereserveerd, in overleg tussen jou en hetzij je counselor (bij een eerste behandeling) hetzij je gynaecoloog (bij volgende pogingen) heeft het geen zin dat je stimulatiemedicatie begint in te nemen. Zonder startdatum is er immers geen behandeling gepland.
Een startdatum (achteraf) vastleggen of wijzigen doe je in samenspraak met planningsverantwoordelijke.

Dagelijkse Patiëntenmonitoring (DM)      

Hormonale bepalingen en echografieën horen onlosmakelijk bij MBV:
  • via de hormonale analyse van de bloedstaaltjes wordt de behandeling gecontroleerd en bijgestuurd,
  • via de echografieën gaan we na of zich rijpe follikels in de eierstokken bevinden.
De dienst van het CRG die zich bezighoudt is met de coördinatie van en de communicatie over die herhaalde onderzoeken, noemen we de Dagelijkse Patiënten-monitoring (DM).
Met hen sta je een groot deel van je behandeling dagelijks in contact: zij bellen je met de resultaten van de onderzoeken en met instructies over het vervolg van je behandeling.

Pre-operatief bloedonderzoek        

De eicelpunctie, de ingreep waarbij de rijpe eicellen worden verzameld, gebeurt doorgaans onder lokale verdoving en vraagt geen voorbereidend bloedonderzoek. Als echter wordt overeengekomen om de ingreep onder volledige verdoving te laten verlopen, hetzij op jouw uitdrukkelijke vraag, hetzij op voorstel van de behandelende arts, dan is een pre-operatief bloedonderzoek nodig (zie bloedprik praktisch).
Lichaamseigen hormonen

IVF-preparaten

Bij een IVF-behandeling worden hormonen gebruikt die ook, zij het onder andere omstandigheden, door het lichaam van de vrouw worden geproduceerd.

Lichaamseigen hormonen 

  • GnRH (gonadotrofine releasing hormone) wordt in de hersens door de hypothalamus aangemaakt. Het zorgt voor de vrijmaking van LH en FSH (geslachtshormonen of gonadotrofines);
  • Gonadotrofines worden vrijgegeven door de hypofyse, dus nog steeds in de hersens. Via het bloed werken ze in op de geslachtsorganen:
    • FSH (follikelstimulerend hormoon) brengt in de eierstokken de follikels tot ontwikkeling;
    • LH (luteïniserend of rijpingshormoon) lokt de eisprong uit.
  • Oestrogenen en progesteron: vrouwelijke hormonen.
    Ze worden in de geslachtsorganen geproduceerd, elk in verschillende stadia van de menstruatiecyclus in verschillende hoeveelheden.
  • hCG (humaan chorion gonadotrofine): zwangerschapshormoon. Het wordt aangemaakt door de moederkoek en ondersteunt onrechtstreeks de evolutie van de zwangerschap. De aanwezigheid ervan in het bloed van een vrouw is het bewijs dat ze zwanger is (zwangerschapstest).
  • hMG (humaan menopauzaal gonadotrofine) wordt aangetroffen in de urine van vrouwen in de menopauze. Het bevat zowel LH als FSH in hoge doses.

Meer weten?

Zijn de hormoonbehandelingen schadelijk?

IVF-hormoonpreparaten

In de IVF-behandeling worden verschillende hormoonpreparaten gebruikt, enerzijds (en soms) om de natuurlijke cyclus te onderdrukken, anderzijds om de eierstokken te stimuleren.

Voor de onderdrukking van de natuurlijke cyclus 
  • Agonisten hebben dezelfde werking als GnRH.
    Het door de hypothalamus aangemaakte GnRH breekt snel af (korte halfwaardetijd). Rond 1970 slaagde me erin om dit lichaamseigen hormoon te isoleren en identificeren. Voor het namaken ervan werd gezocht naar 'analogen' (synoniem: agonisten).
    Agonisten zijn dus GnRH-analogen: hormonen met eenzelfde werking als GnRH maar met een langere halfwaardetijd.
    Bij massale toediening zorgen ze voor een versnelde afscheiding van FSH en LH, waardoor die vooraf uitgeput raken. Daardoor wordt de natuurlijke cyclus onderdrukt en kan er zich geen eisprong voordoen.
  • Antagonisten houden de vrijmaking van LH tegen.
    Antagonisten zijn het resultaat van latere klinische ontwikkelingen. Doordat zij de vrijmaking van LH tegenhouden, zorgen ook deze medicijnen ervoor dat de natuurlijke eisprong uitblijft. Daardoor kan die in de IVF-behandeling op een gecontroleerd ogenblik worden uitgelokt.
 
Voor de stimulatie van de eierstokken
Vervolgens of gelijktijdig worden de eierstokken gestimuleerd door hormoonpreparaten die de werking van FSH (en LH) simuleren.
Gonadotrofinepreparaten (hMG of rec-FSH) zorgen voor de ontwikkeling van meerdere eicellen tegelijk. De toediening ervan gebeurt dan ook onder strikte hormonale en echografische controle, om te vermijden dat àl te veel dominante follikels ontstaan.
de hMG die in de IVF-behandeling wordt gebruikt, is aangemaakt op basis van de gezuiverde menselijke urine van vrouwen in de menopauze. Het is een hormonenmengsel van FSH en LH en heeft bij toediening van de juiste doses dezelfde werking als (toegediend) FSH. Momenteel is het in België niet meer op de markt.
rec-FSH: een synthetisch aangemaakt (recombinant) substituut van FSH.
 
Om de eisprong uit te lokken
Elke soort stimulatiekuur wordt afgerond met een hCG-inspuiting. hCG of zwangerschapshormoon kan gepuurd worden uit de urine van zwangere vrouwen. Bij toediening ervan aan het einde van de stimulatiekuur heeft het dezelfde werking als LH: het wekt binnen de 36 tot 42 uur de eisprong op.

Ter ondersteuning van de zwangerschap 
Tot slot wordt de mogelijk ontstane zwangerschap ondersteund:
  • in de meeste IVF-behandelingen door toediening van natuurlijk progesteron. Dat hormoon bevordert de opbouw van het baarmoederslijmvlies en vergemakkelijkt de innesteling van het embryo;
  • in een enkel geval wordt de baarmoeder op de komst van een (gedooid) embryo voorbereid via de inname van oestrogenen.

Dag 1 van je cyclus

Dag 1 van je cyclus is de dag dat je opstaat met helderrood menstrueel bloedverlies.
Krijg je pas in de loop van de dag je menstruaties of wordt het bloed pas in de loop van de dag helderrood, dan geldt de volgende dag als dag 1.

Wat voor elk medicatieschema geldt
Lange procedure met agonisten
Korte procedure met agonisten
De procedure met antagonisten
lange procedure
Zonder onderdrukking

De stimulatiekuur kan op verschillende manieren verlopen.
  • Bij de meeste patiënten wordt tegelijk met de stimulatie de natuurlijke menstruatiecyclus onderdrukt.
    Dat kan gebeuren vóór het begin van de stimulatie of op een later tijdstip.
  • Denk eraan

    Een MBV-behandeling is individueel.

    Soms wordt je cyclus vooraf bijgestuurd met een anticonceptiepil, om een betere planning en controle toe te laten.
  • En soms wordt ervoor geopteerd om niét te onderdrukken: de stimulatie wordt dan afgestemd op je eigen cyclus.
Samen met jullie zal de CRG-arts uitmaken welke optie voor jullie de meest geschikte is. Op basis daarvan krijgen jullie een specifiek medicatieschema. Niettemin zijn er een aantal zaken voor iedereen gelijk.

Wat voor elk medicatieschema geldt

  • Praktisch

    Over het waar-wanneer-en-hoe van bloedafnames tijdens je behandeling in het CRG.

    Vóór je eender welke onderdrukkings- of stimulatiemedicatie begint in te nemen, moet de startdatum van je stimulatiekuur vastliggen. Zie daarvoor IVF|ICSI start stimulatie.
  • Alle injecties worden subcutaan gegeven (onderhuids).
  • Via opeenvolgende bloedprikken wordt het gehalte van de verschillende hormonen in je bloed gemeten en door de DM in een schema gezet. Zij zullen je telefonisch contacteren om je richtlijnen te geven over de volgende in te spuiten doses.
  • Naarmate het oestrogenenpeil in het bloed stijgt en dus het ogenblik nadert waarop de eisprong zal plaatsvinden, wordt meerdere keren een echografie gemaakt.

    Praktisch

    Over het waar-wanneer-en-hoe van echografieën tijdens je behandeling.

    Daarop is de groei van de follikels te volgen. Dat laat ons toe om in te schatten wanneer de eicellen het best kunnen worden verzameld.
  • Het aantal echo's en hormonale bloedbepalingen hangt af van hoe je op de stimulatie reageert.

Mogelijke bijwerkingen
  • Onder invloed van de medicatie komen verscheidene follikels tegelijk tot volle ontwikkeling, daardoor nemen de eierstokken in omvang toe. Dit kan een drukpijn veroorzaken en de buik lichtjes doen zwellen.
  • Bij toediening van hMG kunnen de plaatsen waar de inspuitingen worden gegeven tijdelijk overgevoelig worden.

Lange procedure met agonisten  

Fase 1 - Onderdrukking natuurlijke cyclus  
  • Hetzij op dag 1, hetzij op dag 21 van je natuurlijke cyclus - dat is ongeveer drie weken vóór de geplande startdatum van de stimulatie - begin je met de onderdrukking ervan, door toediening van GnRH-analogen (zie gebruikte hormoonpreparaten).
  • Dezelfde dag moet je een bloedonderzoek laten uitvoeren. Ook in de weken erna wordt het effect van de medicatie opgevolgd via bloedprikken.
  • Vóór de startdatum van de stimulatie wordt via een echografie gecontroleerd of zich geen cysten (met vocht gevulde blaasjes) in de eierstokken hebben gevormd. Indien wel, kan het zijn dat die eerst leeggeprikt moeten worden, met name als ze het cysten zijn die zelf hormonen produceren.

Belangrijk!

De hele stimulatie lang, d.w.z. tot aan de hCG-inspuiting, moet je onverminderd doorgaan met het gebruik van de GnRH-analogen.

GnRH-analogen toedienen is heel eenvoudig. Ze zijn verkrijgbaar in de vorm van een neusspray.
  • Gespreid over de dag, zowat om de drie uur, moet je je zes keer één verstuiving toedienen, afwisselend in het linker en het rechter neusgat.
  • Dat doe je elke dag opnieuw. Je hoeft er echter niet voor op te staan: verstuiven vóór het slapengaan en na het opstaan is voldoende.
In plaats van met de neusspray wordt soms gewerkt met een dagelijkse of een maandelijkse injectie van GnRH-analogen.

Mogelijke bijwerkingen
Door de massale toediening van GnRH-analogen gaat de hypofyse versneld FSH en LH afscheiden, waardoor de voorraad daaraan uitgeput raakt. Daardoor komt vanuit de hersens geen enkele stimulans om eicellen tot ontwikkeling en rijping te brengen. Die stimulans komt (in een later stadium) wel van de toegediende hMG of rec-FSH en hCG, die rechtstreeks op de eierstokken inwerken.
In feite veroorzaken de agonisten een kunstmatige menopauze, wat kan leiden tot typische menopauzale symptomen, zoals warmte-opwellingen, prikkelbaarheid en hoofdpijn. Ook kan zich onregelmatig vaginaal bloedverlies voordoen.
Die bijwerkingen zijn onaangenaam, maar gelukkig onschuldig en van tijdelijke aard. Ze verdwijnen zodra met de stimulatie van de eierstokken wordt gestart.

Denk erom!

Voorkom vergissingen bij het inspuiten van hMG of rec-FSH.

Fase 2 - Stimulatie van de eierstokken 
  • Op de avond van de voorziene startdatum van de stimulatie - als de hormonale bloedbepaling van die dag heeft aangetoond dat je eigen cyclus volledig is onderdrukt, en uit de echografie is gebleken dat er geen cysten aanwezig zijn - deelt de DM je telefonisch mee dat met de hormonale stimulatie begonnen mag worden.
  • Tijdens de stimulatie, die meestal tien dagen duurt, moet je elke avond hMG of rec-FSH (laten) inspuiten. Dat gebeurt onderhuids (subcutaan).

Korte procedure met agonisten 

Tip!

Zorg ervoor dat je bereikbaar bent.

Soms wordt de onderdrukking van de natuurlijke cyclus met GnRH-analogen van meet af aan gecombineerd met het stimuleren van de eierstokken. De korte procedure start altijd precies op dag twee van de menstruatiecyclus.
  • Op dag één laat je een bloedonderzoek doen.
  • Op dag twee start je met de toediening van GnRH-analogen (onderdrukking).
  • Op dag drie begin je met de inspuitingen met hMG of rec-FSH (stimulatie).
Vanaf dan verloopt de procedure zoals hiervoor besproken: bloedonderzoeken, echografieën en de bespreking in de DM bepalen de doses die je moet toedienen.

De procedure met antagonisten 

Het gebruik van de zogenaamde 'antagonisten' maakt een kortere behandelingsmethode mogelijk, met een kleiner aantal injecties. Antagonisten zorgen ervoor dat de hypofyse geen LH vrijgeeft, waardoor de natuurlijke eisprong uitblijft.
  • Deze procedure start op dag twee van je menstruatiecyclus, zonder voorafgaande onderdrukking van de natuurlijke cyclus.
  • Op dag één laat je een bloedafname doen.
  • Op dag twee begin je twee met de inspuiting van hMG of rec-FSH (stimulatie van de eierstokken).
  • Op een vooraf bepaald tijdstip - soms tegelijkertijd, maar meestal na vijf dagen - start je met de toediening van de antagonisten (onderdrukking van je LH-productie, om een spontane eisprong tegen te houden).
Zoals bij de andere stimulatiemethodes hangt het verdere verloop af van de richtlijnen van de DM.

Lange procedure 
Deze stimulatiekuur is identiek aan de korte procedure, alleen wordt ze voorafgegaan door een periode waarin je de pil neemt om je cyclus beter te 'plannen'.
  • Op dag één van je menstruatiecyclus begin je met de inname van een anticonceptiepil met minstens 30 microgram oestrogenen.
    Die kunstmatige verhoging van het oestrogeengehalte leidt ertoe dat de hypofyse minder FSH en LH afscheidt. Daardoor krijgen de eierstokken geen natuurlijke stimulans om eicellen tot ontwikkeling te brengen.
  • Je neemt die pil minstens drie weken lang. Dan stop je.
  • Je wacht op het begin van je menstruatie en laat op dag twee een bloedafname doen.
  • Op het door de DM bepaalde tijdstip begin je met de inspuiting van hMG- of rec-FSH (stimulatie van de eierstokken).
  • Tegelijk daarmee of enkele dagen later (op instructie van de DM) begin je met de toediening van de antagonisten (onderdrukking van je LH-productie, om een spontane eisprong tegen te houden).

Mogelijke bijwerking
In de eerste dagen na het stoppen met de pil kan je wat bloedverlies hebben.

Zonder onderdrukking 

Let wel!

Er is bij dit protocol een hoog risico dat geen embryotransfer kan plaatsvinden.

Soms kan de IVF-ICSI-interventie - d.w.z. de bevruchting in het laboratorium - helemaal afgestemd worden op het verloop van je natuurlijke cyclus.
  • Via bloedonderzoeken volgen we de hormonale voortgang van je cyclus, en via echografieën de ontwikkeling van de follikel(s).
  • Soms wordt een lichte ovariële stimulatie gegeven, hetzij vroeg in de cyclus, hetzij zodra een follikel 15 à 16 mm. heeft bereikt (een rijpe follikel is > 17 mm).
  • In het laatste geval wordt soms een antagonist bijgegeven, om met zekerheid een spontane ovulatie te vermijden.

Als de echografie een voldoende aantal goed ontwikkelde follikels te zien geeft, zet de DM het licht op groen voor de hCG-inspuiting. Hiermee wordt de rijping van de eicel afgerond en de ovulatie uitgelokt.
Vanaf die inspuiting stop je met de rec-FSH- of hMG-injecties (stimulatie) en met het eventuele gebruik van de agonisten of antagonisten (onderdrukking).

HCG brengt de eisprong op gang. Daarom worden de eierstokken 36 uur na de inspuiting, dat is nét voor de eisprong, aangeprikt. Zo worden de eicellen verzameld voor bevruchting in het laboratorium.

    Tip!

    Zorg ervoor dat je bereikbaar bent.

  • De DM bepaalt zowel de juiste dag als het juiste uur voor de inspuiting. Om ervoor te zorgen dat de eicelpunctie overdag kan plaatsvinden, wordt de hCG-inspuiting 's avonds of 's nachts voorzien.
  • De inspuiting gebeurt onderhuids, en gewoon bij je thuis.
  • De volgende ochtend laat je een bloedonderzoek doen om na te gaan of de hCG-injectie haar werk heeft gedaan.

Hoe verloopt de eicelpunctie?
Sedatie?
Niet vergeten!
Het verzamelen van de eicellen verloopt tijdens een ingreep in het Operatiekwartier die we de eicelpunctie noemen.

Hoe verloopt de eicelpunctie 

Stiptheid is essentieel

Voor de eicelpunctie moet je stipt op de afspraak zijn: we moeten er immers voor zorgen dat we de eisprong vóór blijven.

De DM bepaalt het exacte tijdstip van de ingreep.
  • In de zes uur die daaraan voorafgaan mag je niets eten of drinken.
  • Twee uur vóór de ingreep word je verwacht in de VPE 03, de verpleegeenheid van het CRG: Kinderziekenhuis UZ Brussel, Ingang F, route 972.
    Je mag daar rechtstreeks naartoe komen.
  • Je krijgt er een bed toegewezen, en je krijgt van ons een operatieschort, een mutsje en een armband met je naam.
  • Nadat je je hebt omgekleed, krijg je premedicatie. Die werkt ontspannend en verhoogt je pijnbestendigheid.
  • Make-up en nagellak worden verwijderd, evenals contactlenzen.

Goede hygiëne

Wat het personeel dat de interventie uitvoert erg apprecieert, is een goede hygiëne.
Indien mogelijk een douche of wasbeurt vooraf en fris geurende voeten maken het aangenamer voor iedereen.

In het Operatiekwartier (OK)
Van de VPE 03 word je naar het OK van het CRG gebracht, waar je even moet wachten.
Om praktische redenen is het niet toegestaan dat je partner bij de ingreep aanwezig is. Eventueel kan hij in de VPE03 op je wachten.
  • Je bloed wordt geprikt en er wordt een infuus geplaatst, om een goede vochtbalans te verzekeren en mogelijke problemen tijdens de ingreep (misselijkheid, bloedingen, ...) snel te kunnen opvangen.
  • Met een injectie naast de baarmoederhals krijg je een plaatselijke verdoving.
  • Terwijl de verdoving inwerkt, wordt de vagina ontsmet.

Het verzamelen van de eicellen gebeurt onder echografische controle.
Zoals bij alle andere echo's wordt een kleine sonde in de vagina gebracht, waarmee een beeld van de eierstokken wordt verkregen. Je kan de hele ingreep volgen op een beeldscherm.
De gynaecoloog brengt een fijne, holle naald in de vagina, die voorzichtig door de vaginawand wordt gedreven tot bij de eierstokken.
Eén voor één worden de rijpe follikels leeggeprikt, en het follikelvocht, dat de eicellen bevat, wordt via de holle naald opgezogen.

Na de ingreep
  • Je wordt teruggebracht naar de VPE 03, om wat te rusten. Na enige tijd wordt het infuus verwijderd.
  • Je mag nog dezelfde dag naar huis:
    • bij een eicelpunctie zonder sedatie is dat twee uur na de ingreep als je door iemand vergezeld wordt;
    • ben je alleen, dan mag je doorgaans vijf uur na de ingreep vertrekken;
    • bij een eicelpunctie onder sedatie bepaalt de anesthesist wanneer je veilig naar huis kan.
      Je moet echter altijd vergezeld zijn door iemand en je mag de eerste nacht niet alleen overnachten.
  • Intussen werden in het laboratorium de eicellen uit het follikelvocht gehaald.
    Je verneemt dan ook voor je het ziekenhuis verlaat hoeveel er konden worden verzameld.

    Procedure bij verdoving

    Wat is de praktische gang van zaken in UZ Brussel bij een onderzoek of ingreep onder verdoving?

    Sedatie  

    Is de eicelpunctie pijnlijk? Omdat je plaatselijk wordt verdoofd en een algemene pijnstiller krijgt, zal het met de pijn vermoedelijk meevallen. Sommige vrouwen merken helemaal niets, anderen voelen een duidelijke maar draaglijke pijn wanneer de eierstokken worden aangeprikt.
    Als je daar uitdrukkelijk de voorkeur aan geeft, kan het verzamelen van de eicellen onder algemene verdoving gebeuren. Er wordt dan gebruik gemaakt van een 'sedatie', die even het bewustzijn uitschakelt. Met een sedatie voel je niets van de ingreep. Deze lichte verdoving is ook niet schadelijk voor de eicellen.
    Als je een sedatie wil, moet je dat je counselor of gynaecoloog uiterlijk na één week stimulatiekuur laten weten. Komt je verzoek later, dan kan het niet meer ingewilligd worden. In de dagen vóór de ingreep moet je immers nog een pre-operatief bloedonderzoek laten uitvoeren en op consultatie anesthesie gaan.

    Niet vergeten!  

    Belangrijk!

    Als wij het toestemmingsformulier van de mutualiteit niet hebben op de dag van de eicelpunctie zien wij ons verplicht om de kosten van (medicatie en labo van) uw behandeling aan u te factureren.

    Voor het goede verloop der dingen is het belangrijk dat je op de dag van de eicelpunctie een aantal zaken meebrengt:
    • je  identificatielabel en desgevallend dat van je partner;
    • alle ondertekende contracten in verband met je behandeling;
    • voor patiënten die onder het Belgische mutualiteitssysteem vallen, het toestemmingsformulier van de mutualiteit, als wij dat nog niet in ons bezit zouden hebben;
    • niet gebruikte medicatie hoef je niet mee te brengen, aangezien de apotheek die niet terugneemt.
      Alleen als je de medicatie voor je behandeling gratis ter beschikking kreeg van het CRG, vragen wij om de niet-gebruikte doses terug mee te brengen.
    Vers spermastaaltje
    Ingevroren sperma
    Via een speciale ingreep
    chirurgische ingrepen
    kunstmatig opgewekte ejaculatie

    Op de dag van de eicelpunctie moet er uiteraard een spermastaaltje beschikbaar zijn voor de bevruchting in het laboratorium. 

    Vers spermastaaltje 

    Praktisch

    Over het waar-wanneer-en-hoe van de afgifte van een spermastaaltje tijdens je behandeling of voor donatie.

    Voor in-vitrofertilisatie worden liefst verse zaadcellen gebruikt. Dan is de kans op bevruchting het grootst.
    • Hiervoor word je in de VPE 03 van het CRG verwacht.
    • Om het laboratorium de tijd te geven om het sperma te 'prepareren' (er de meest beweeglijke zaadcellen uit te halen), moet je het staaltje 's ochtends afleveren:
      • het precieze tijdstip krijg je van de DM, maar
      • op weekdagen ligt het tussen 8 u. en 11 u., en
      • in het weekend tussen 9 u. en 11 u.

    Ingevroren sperma  

    Als je niet aanwezig kan zijn of denkt dat je op het cruciale moment niet in staat zal zijn om een spermastaaltje te produceren, kan je het vooraf bezorgen en laten inbanken (invriezen en bewaren). De eicellen van je partner kunnen dan met het (gedooide) zaad worden bevrucht, als de kwaliteit na ontdooiing het toelaat.
    Als voor de IVF-behandeling donorsperma wordt gebruikt, gaat het altijd om ingebankt sperma.
    Voor de aflevering van een spermastaaltje om in te banken, moet je een afspraak maken met het labo andrologie (zie contact).

    Via een speciale ingreep  

    Als je als man met kinderwens geen zaadcellen in je ejaculaat hebt, ben je vandaag niet altijd meer aangewezen op spermadonatie. Er bestaan een aantal gespecialiseerde ingrepen waarmee we ook bij jou vaak bruikbare zaadcellen kunnen verzamelen.
    • Als zaadcellen verzameld worden via een ingreep, gebruiken we voor de bevruchting in het laboratorium altijd de ICSI-techniek (injectie van één zaadcel in elke eicel).
    • Dankzij het bestaan van die techniek hoeven we niet per se véél zaadcellen te kunnen verzamelen. Ze hoeven zelfs niet volledig matuur te zijn: zodra ze aangemaakt zijn (in de zaadbal), dragen ze je genetisch materiaal.
    • Bij ICSI werken we liefst met verse zaadcellen. Jouw ingreep (zie hierna) heeft daarom meestal plaats op de dag van de eicelpunctie bij je partner. 
    • Wel levert de ingreep vaak voldoende zaadcellen op voor meerdere ICSI-sessies. Als op alle rijpe eicellen ICSI is verricht, kunnen we de overblijvende zaadcellen inbanken voor een eventuele behandeling in de toekomst.

    Chirurgische ingrepen 

    Welke techniek gebruikt wordt om de zaadcellen te verzamelen hangt onder meer af van de oorzaak van je vruchtbaarheidsprobleem. Zie zaadextractie voor ICSI voor meer uitleg.
    • Zaad uit de bijbal: MESA of PESA
    • Zaad uit de zaadbal: TESE of FNA.

    Procedure bij verdoving

    Wat is de praktische gang van zaken in UZ Brussel bij een onderzoek of ingreep onder verdoving?

    Procedure met verdoving?
    • PESA, TESE en FNA kunnen zowel onder algemene als onder plaatselijke verdoving uitgevoerd worden,
    • MESA gebeurt steeds onder algemene verdoving.
    De keuze tussen de verschillende ingrepen en de soort verdoving wordt in overleg met de behandelende arts bepaald. Dat gebeurt op basis van de resultaten van de vooronderzoeken, maar ook naargelang van wat in jouw situatie praktisch het meest haalbaar is.

    Kunstmatig opgewekte ejaculatie 

    Voor mannen die niet kunnen ejaculeren, is er nog de optie van vibro- of elektrostimulatie.
    • Vibrostimulatie is een ingreep zonder verdoving.
    • Elektro-ejaculatie vindt plaats onder algemene verdoving of, als de onderbuik van de man volledig verlamd en dus gevoelloos is, zonder verdoving.
    Klassieke IVF
    ICSI
    geen extra risico
    Een embryo in ontwikkeling (film)
    Sluitende identificatieprocedures

    Dit de essentie van IVF: de bevruchting - de versmelting van eicel en zaadcel gebeurt in het laboratorium in plaats van in de eileider (wat de de natuurlijke gang van zaken is).
    • In het laboratorium worden het zaad eerst 'geprepareerd': de beste, meest beweeglijke zaadcellen worden geselecteerd.
    • Enkele uren na de eicelpunctie worden de zaadcellen bij de eicellen gevoegd en in de incubator geplaatst. Die 'broedstoof' bootst zorgvuldig de omstandigheden in de eileider na: dezelfde temperatuur, dezelfde atmosfeer.
    • Een dag later wordt met behulp van de microscoop gecontroleerd of er bevruchting heeft plaatsgehad. Indien wel, dan wordt weer een dag later gekeken of uit de bevruchte eicellen embryo's zijn ontstaan.
    • Is dat zo, dan worden de embryo's gecontroleerd op kwaliteit.
    • Op dag drie of dag vijf na de bevruchting worden één of twee embryo's in de baarmoeder geplaatst (embryo-transfer).

     

    Let wel!

    Veel eicellen betekent daarom nog niet veel embryo's.

    Het is mogelijk dat de bevruchting of de vorming van embryo's minder succesvol verloopt en dat de embryotransfer moet worden afgelast. In dat geval zorgen we ervoor dat je zo spoedig mogelijk op consultatie kan komen bij de CRG-arts. Die je zal uitleggen wat er is misgelopen en wat we kunnen doen om dat bij een eventuele volgende poging te proberen vermijden.

    Klassieke IVF 

    Bij een 'klassieke' IVF komt de bevruchting in het labo tot stand doordat we in een petrischaaltje de eicellen van de vrouw samenbrengen met een heleboel zaadcellen van de man.
    • Als alles goed gaat ontstaan daaruit meerdere embryo's.
    • Hoewel we voor IVF de voorkeur geven aan vers sperma, is de methode ook perfect toepasbaar met ingevroren (en gedooid) sperma dat afkomstig is van een ejaculaat (niet van een ingreep).
    Als er voor de behandeling een beroep gedaan wordt op donorsperma, is het gebruikt van ingebankt sperma trouwens de enige mogelijkheid.

    ICSI  

    Sinds de jaren 1990 bestaat een andere techniek om eicellen te bevruchten: ICSI (uit te spreken als 'iksi') of intracytoplasmatische sperma-injectie.
    Deze techniek heeft in het CRG van UZ Brussel zijn beslissende vorm gekregen en wordt intussen overal ter wereld met veel succes toegepast.
    ICSI is vooral een hulp voor paren van wie de man verminderd vruchtbaar is. Als uit het medisch onderzoek van de man blijkt dat zijn sperma te weinig bruikbare zaadcellen bevat om de klassieke IVF-techniek kans op slagen te geven, dan wordt geopteerd voor ICSI. Maar ook als de methode met het schaaltje geen bevruchting oplevert kan bij de volgende poging ICSI worden toegepast, eventueel op een deel van de eicellen.

    Injectie van een zaadcel in een eicel
    • Eerst wordt met behulp van de microscoop een geschikte zaadcel geselecteerd.
    • Die wordt opgezogen met een uiterst fijne glazen pipet en rechtstreeks in het cytoplasma (de celinhoud) van de eicel gebracht.
    • De pipet doorboort de eicel, waarna de zaadcel wordt losgelaten. De bevruchting komt bijgevolg mechanisch tot stand en per eicel is maar één enkele zaadcel vereist.

    ICSI is een delicate maar doeltreffende techniek.
    • Van alle eicellen die na een hormonale stimulatie kunnen worden verzameld, is gemiddeld tachtig procent rijp voor bevruchting en dus geschikt voor sperma-injectie.
    • Bij de toepassing van ICSI gaat zo'n tien procent van die rijpe eicellen verloren.
    • Van de eicellen die de sperma-injectie overleven, ontwikkelt goed zeventig procent zich tot een embryo.
    • Resultaat: van alle eicellen die via hormonale stimulatie worden verkregen, ontwikkelt zich na ICSI ongeveer vijftig procent tot een embryo dat in de baarmoeder kan worden teruggeplaatst of kan worden ingevroren.
      De kans op innesteling van het embryo, d.w.z. de kans dat de vrouw zwanger wordt, is dezelfde als bij klassieke IVF.

    Meer weten?

    Komen afwijkingen vaker voor bij MBV-kinderen?

    Geen extra risico 
    Zijn er bij de negentig procent eicellen die in leven blijven en worden bevrucht, ook eicellen die beschadigd worden door ICSI ? Niets wijst in die richting. Bij kinderen die hun bestaan aan ICSI danken, komen afwijkingen maar even vaak, of beter: even zelden, voor als bij kinderen die geboren zijn na klassieke IVF.
    Een rijpe eicel is overigens een overwegend lege structuur: de kern met de chromosomen, dragers van de erfelijkheid, bevindt zich helemaal aan de rand van de cel. Het gevaar voor beschadiging is dus klein.

    Een embryo in ontwikkeling  



    Sluitende identificatieprocedures  

    Meer weten?

    Zijn de geplaatste embryo's zeker de onze?

    Een IVF-laboratorium vervult een belangrijke maatschappelijke functie. Aan de kwaliteit van onze producten en diensten worden hoge eisen gesteld. Terecht, als we ons mogelijke fouten en de consequenties daarvan voorstellen.
    Het CRG heeft een ISO-15189 accreditatie, het internationale kwaliteitslabel voor laboratoria in de gezondheidszorg, dat o.a. strenge eisen stelt inzake behandeling en identificatie van eicellen, zaadcellen en embryo's.
    Lees meer over de kwaliteitsprocedures in het CRG.

    IVF Witness 
    Betrouwbaarheid is uiteraard een topprioriteit. Zowel bij de bevruchting in het laboratorium als bij de latere embryotransfer (eventueel met gedooide embryo's) worden sluitende identificatie-procedures gehanteerd.Daarnaast beschikt het CRG over een geautomatiseerd registratiesysteem dat patiënten en schaaltjes met zaadcellen, eicellen en embryo's identificeert tijdens het IVF-proces.
    • Wanneer je met een behandeling start, maken we voor jou een persoonlijke identificatiekaart aan en koppelen die aan een unieke elektronische referentie.
    • Die referentie wordt via labels met een microchip bevestigd op alle schaaltjes en proefbuisjes die dienen voor de bewaring van jouw zaadcellen, eicellen en embryo's.
    • Op het moment van de eicelpunctie verzekert het elektronische systeem dat je eicellen worden verzameld in de juiste kweekschaaltjes.
    • In het laboratorium worden die schaaltjes automatisch herkend en gekoppeld aan het sperma van jouw partner. Vervolgens kan de bevruchting plaatsvinden.
    • Wanneer je terugkomt voor de terugplaatsing van (een) embryo('s , verzekert het systeem automatisch dat het jouw bevruchte embryo's zijn die daarvoor gebruikt worden.
    Hiermee neemt het CRG alle voorzorgen om jouw zaadcellen, eicellen en embryo's zorgvuldig te bewaken gedurende het hele MBV-proces.
    Het verloop van de ingreep
    Mogelijke bijwerking: ovarieel hyperstimulatiesyndroom
    Aantal ingebrachte embryo's - bij wet geregeld
    Boventallige embryo's

    Meer weten?

    Zijn de geplaatste embryo's zeker de onze?

    De terugplaatsing in de baarmoeder van de embryo's die 'in vitro' tot ontwikkeling zijn gekomen gebeurt hetzij op dag drie, hetzij op dag vijf na de eicelpunctie.
    De keuze van dag gebeurt in overleg met je arts of embryoloog. Soms wordt de beslissing pas op dag drie genomen: men zal je die dag dan contacteren om je de meest optimale dag voor de terugplaatsing mee te delen.

    Het verloop van de ingreep 

    Goede hygiëne

    Wat het personeel dat de interventie uitvoert erg apprecieert, is een goede hygiëne.
    Indien mogelijk een douche of wasbeurt vooraf en fris geurende voeten maken het aangenamer voor iedereen.

    Op de dag van terugplaatsing verneem je in de late voormiddag (meestal na 11 uur) telefonisch hoe laat je in het CRG moet zijn. Het kan wel dat de transfer iets later plaatsvindt dan voorzien en dat je even moet wachten.
    • Je begeeft je op het afgesproken uur rechtstreeks naar de VPE 03: Kinderziekenhuis UZ Brussel, Ingang F, route 972.
      Van daaruit word je naar het operatiekwartier gebracht.
    • De ingreep duurt maar kort en is zowel pijn- als risicoloos. 
      • Om de toegang tot de baarmoeder te vergemakkelijken, wordt een speculum in de vagina geplaatst.
      • Daarna brengt de gynaecoloog via de baarmoederhals en gebruik makend van een fijne katheter, een embryo (soms twee) in de baarmoeder.
    • De ingreep vereist geen verdoving, en anders dan bij de eicelpunctie mag je partner je gezelschap houden.
    • Na de embryotransfer mag je onmiddellijk je normale leven hervatten, inclusief het jezelf verplaatsen met de fiets, de auto of het vliegtuig. Dat heeft geen enkele nadelige invloed op de slaagkans van de IVF-poging.

    Ovarieel hyperstimulatiesyndroom  

    Sommige vrouwen krijgen tijdens de IVF-behandeling na de embryotransfer te maken met OHSS, of het ovarieel hyperstimulatiesyndroom.
    De symptomen beperken zich meestal tot een gezwollen buik en wat buikpijn, maar kunnen ook ernstiger zijn: misselijkheid, braken, hevige buikpijn, een forse gewichtstoename, ademhalingsmoeilijkheden, ...
    Het syndroom is een gevolg van de hormonen die tijdens de IVF-behandeling worden toegediend.
    • Na stimulatie van de eierstokken met hMG of rec-FSH wordt een hCG-inspuiting gegeven.
      HCG voltooit de rijping van de eicellen, maar stimuleert tegelijk opnieuw de eierstokken.
    • Als de vrouw door de behandeling zwanger is geworden, begint ook haar eigen lichaam hCG te produceren.
      Van stimulatie van de eierstokken naar hyperstimulatie is het dan nog maar een kleine stap.
    • Door de hyperstimulatie gaan de restanten van de vele follikels in de eierstokken cysten vormen, waarin zich vocht opstapelt. Dat sijpelt door naar andere lichaamsholten, in de eerste plaats de buikholte, waardoor je waterhuishouding wordt ontregeld.
    Gelukkig is OHSS in het algemeen niet gevaarlijk. De klachten verdwijnen vrijwel altijd vanzelf. Rusten, matig drinken, een eiwitrijke voeding (vlees, vis, kaas, ...) en een beetje geduld zijn de belangrijkste aanbevelingen.
    In de zeldzame gevallen waarin het syndroom zich krachtig manifesteert en je bv. snel aan gewicht wint of problemen krijgt met urineren of ademhalen, moet je onmiddellijk contact worden opgenomen met de VPE 03 van het CRG. Een opname in het ziekenhuis kan dan noodzakelijk zijn.

    Aantal ingebrachte embryo's - bij wet geregeld  

    Het aantal embryo's dat ingebracht mag worden, is in België bij wet vastgelegd:
    • afhankelijk van je leeftijd (als vrouw); en
    • van het aantal pogingen dat je achter de rug hebt.
    Die regeling heeft als doel om het aantal meerlingzwangerschappen bij MBV te beperken en daardoor ook de gezondheidsrisico's voor moeder en baby's.
     Leeftijd vrouw
      ≤ 35 jaar
     ≥ 36 & ≤ 39 jaar
     ≥ 40 & ≤ 47 jaar
     1ste cyclus
     max. 1 embryo
      max. 2 embryo's  niet bij wet gelimiteerd
     2de cyclus
     max. 1 embryo (*)
      max. 2 embryo's  niet bij wet gelimiteerd
     3de tot 6de cyclus
     max. 2 embryo's   max. 2 embryo's  niet bij wet gelimiteerd
     Transfer met gedooide embryo's
     max. 2 embryo's
       
    (*) uitzonderlijk is de terugplaatsing van twee embryo's toegestaan - afhankelijk van hun kwaliteit.

    Meer weten?

    Verhoogt een MBV-behandeling de kans op een meerling?

    In die gevallen waar de terugplaatsing van meer dan één embryo is toegestaan, zal de beslissing genomen worden in overleg met jullie, de CRG-arts en de embryoloog. De beslissende factoren daarbij zijn:
    • de kwaliteit van de embryo's,
    • hoeveel er beschikbaar zijn, en
    • jullie resultaat bij vorige pogingen. 

    Meer weten?

    Is het invriezen van embryo's voor later gebruik wel verstandig?

    Boventallige embryo's
      

    Heeft de in-vitrofertilisatie meer embryo's opgeleverd dan nodig voor de transfer, dan kunnen boventallige embryo's van goede kwaliteit worden ingevroren.
    • 'Kwaliteit' is in deze context het sleutelwoord. Veel embryo's overleven nl. de dooiprocedure niet: zelfs als alleen de beste worden ingevroren, kunnen gemiddeld maar vijftig procent na ontdooiing gebruikt worden voor de transfer.
    • Of de boventallige embryo's mogen worden ingevroren of niet, hebben jullie (als paar) beslist tijdens de counseling aan het begin van de MBV-behandeling. Dat deed je door het contract 'Bestemming van de boventallige embryo's' in te vullen en te ondertekenen.
    • Als je beslist hebt dat de boventallige embryo's mochten worden ingevroren, verneem je enkele weken na de transfer schriftelijk hoeveel er voor jullie konden worden bewaard.
      Om misverstanden te vermijden wordt hierover geen mondelinge informatie gegeven.
  • Natuurlijke cyclus
  • Kunstmatige cyclus
  • Bloedonderzoeken na de transfer

  • Een MBV-behandeling met ingevroren/gedooide embryo's noemen we een FRET (Frozen Embryo Transfer).
    De Belgische wet op MBV bepaalt voorziet dat iedereen die een IVF-poging wil ondergaan en nog over ingevroren embryo's beschikt, eerst die voorraad ingevroren embryo's moet aanspreken.
    Ook een behandeling met donorembryo's is per definite een FRET.

    Meer weten?

    Is het invriezen van embryo's voor later gebruik wel verstandig?

    Een FRET heeft een aantal voordelen:
    • de behandeling is minder belastend:
      • er is geen hormonale stimulatie van de eierstokken nodig, en
      • je hoeft geen eicelpunctie te ondergaan;
    • de kans op innesteling van het embryo is doorgaans even groot als bij een verse poging; en
    • voor Belgische patiënten die recht hebben op de terugbetling van hun behandeling door de mutualiteit, zijn dit extra pogingen. De terugbetaling geldt namelijk voor (maximum) zes pogingen met vers materiaal.

    Afgestemd op de natuurlijke cyclus 

    Dag 1 van je cyclus

    Dag 1 van je cyclus is de dag dat je opstaat met helderrood menstrueel bloedverlies.
    Krijg je pas in de loop van de dag je menstruaties of wordt het bloed pas in de loop van de dag helderrood, dan geldt de volgende dag als dag 1.

    Zo mogelijk vindt de transfer van ingevroren en gedooide embryo's plaats binnen je natuurlijke menstratiecyclus. Je behandeling wordt, zoals elke MBV-behandeling in het CRG, gestuurd via de instructies van de DM.
    • Vanaf enkele dagen voor de verwachte eisprong wordt begonnen met bloedafnames.
    • Soms worden de eierstokken lichtjes gestimuleerd, ter ondersteuning van de natuurlijke cyclus:
      • ofwel slik je van dag drie tot en met dag zeven clomifeencitraat (anti-oestrogenen) in de vorm van capsules, één of twee per dag;
      • ofwel krijg je (geef je jezelf) gedurende minstens vijf dagen inspuitingen met hMG of rec-FSH.
      Mogelijke bijwerkingen
      • bij gebruik van anti-oestrogenen kan er sprake zijn van een opgezet gevoel in de buik, opvliegers en - uitzonderlijk - het waarnemen van lichtflitsen;
      • de hormonale inspuitingen kunnen gepaard gaan met wat buikpijn.
    • Als de bloedwaarden aantonen dat de eisprong nadert, wordt een echografie gepland om de ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies te beoordelen.
    • Zodra dit dik genoeg blijkt te zijn, wordt, om de ontdooiing en de transfer van de embryo's te plannen:
      • ofwel de eisprong uitgelokt met een inspuiting hCG,
      • ofwel gewacht op de natuurlijke LH-piek.

    Hoeveel embryo's?

    De Belgische wet bepaalt dat bij een FRET maximum twee embryo's teruggeplaatst mogen worden, ongeacht je leeftijd.

    • Het tijdstip voor de embryotransfer - klik hier voor het verloop van de interventie - wordt bepaald in functie van de eisprong.
      Het zal je worden meegedeeld door de DM.
    • Soms wordt voorgeschreven dat je vanaf de eisprong drie keer per dag een capsule progesteron in de vagina moet inbrengen, om de innesteling van het embryo te bevorderen. 

    Op basis van een kunstmatige cyclus  

    Soms is het nodig om de natuurlijke cyclus (helemaal) door een kunstmatige te vervangen:
    • als er geen sprake meer is van een natuurlijke cyclus, bijvoorbeeld omdat de eierstokken zijn verwijderd, wordt je baarmoeder met oestrogenen voorbereid op de komst van het embryo.
      • Die oestrogenen moet je oraal innemen, in de vorm van capsules.
      • Je begint met de inname minstens twee weken vóór de embryotransfer;
    • als je wel nog een natuurlijke cyclus hebt maar die niet normaal verloopt, wordt de natuurlijke cyclus stilgelegd met GnRH-analogen.
      • Na drie weken moet je het gebruik van GnRH-analogen combineren met het innemen van oestrogenen.
      • Ten vroegste twee weken later kan de embryotransfer worden uitgevoerd.
    Ook bij een kunstmatige cyclus moet je enkele dagen vóór de embryotransfer starten met het in de vagina inbrengen van progesteron.

    Omdat op geen enkele manier met een eisprong rekening moet worden gehouden, laat een kunstmatige cyclus een nauwkeurige planning toe. Er kan ruim vooraf worden bepaald op welke dag de embryotransfer zal plaatsvinden.

    Bloedonderzoeken na de transfer  

    • Als de embryotransfer met gedooide embryo's afgestemd is op je natuurlijke cyclus is hetzelfde bloedonderzoek voorzien als bij een transfer met verse embryo's, meer bepaald op dag 12 na de transfer.
    • Als de embryotransfer niet tot zwangerschap heeft geleid, volgt nog een bloedanalyse op dag drie van de maandstonden. Op het aanvraagformulier voor het bloedonderzoek moet je dan heel precies het begin van de menstruatie vermelden.
      Let erop dat je die laatste bloedanalyse, in de teleurstelling die de maandstonden wellicht veroorzaken, niet vergeet!
    • De opvolging van een eventuele zwangerschap verloopt veder uiteraard op dezelfde manier als bij een transfer met verse embryo's.
      
    Progesteron toedienen
    hCG-inspuiting
    In afwachting van het resultaat
    Afronding van de behandeling

    Na de terugplaatsing in de baarmoeder van het embryo of de embryo's volgt een moeilijke periode. Ongeveer twee weken lang moet je het resultaat van de IVF-behandeling afwachten: zwangerschap of maandstonden.
    Intussen moet je de innesteling van het embryo ondersteunen door de inname van progesteron. Dat hormoon bevordert nl. de opbouw van het baarmoederslijmvlies. 

    Progesteron toedienen  

    • Met de toediening van progesteron wordt gestart op de dag na de eicelpunctie.
    • Er mag pas mee worden gestopt als de DM dat zegt. In geval van zwangerschap varieert dat van enkele weken tot maximaal drie maanden.
    • Progesteron bestaat in twee vormen:
      • vaginale capsules, waarvan je er eentje drie keer per dag diep in de vagina inbrengt (bv. om 8 u., 16 u. en 22 u.), en
      • een vaginale gel. Die breng je één keer per dag in met behulp van een applicator die de juiste dosis aangeeft.
    • Zolang je progesteron moet gebruiken, is het belangrijk dat je er voldoende van gebruikt. Een hoge dosis houdt geen gevaren in. Beter een spuit of enkele capsules te veel dan te weinig.
    • Om het gevaar voor vaginale ontstekingen te verkleinen doe je dat steeds met schoongewassen handen.
    • En aangezien de ingebrachte capsules of gel onvermijdelijk voor een beetje vaginale afscheiding zorgen, is het gebruik van inlegkruisjes aanbevolen.

    hCG-inspuiting  

    Soms wordt de progesteronkuur behandeling in de eerste week na de embryotransfer ondersteund of vervangen door de toediening van hCG. Dit zwangerschapshormoon stimuleert immers de aanmaak van progesteron door het lichaam zelf.
    Als het wordt voorgeschreven, krijg je
    • ofwel eenmalig een inspuiting van 5 000 eenheden,
    • ofwel op drie verschillende dagen telkens een dosis van 1 500 eenheden.
    De keuze voor al dan niet toediening en zo ja, voor welke dosis, is gebaseerd op je hormonale bloedresultaten.

    In afwachting van het resultaat  

    Zo'n twee weken na de embryotransfer kan worden uitgemaakt of je zwanger bent.
    • Op dag 12 na de embryotransfer staat een bloedanalyse op het programma:
      • om het progesterongehalte te verifiëren;
      • om te controleren op een mogelijke hyperstimulatie; en
      • om het hCG-gehalte te meten.
        De meting van het hCG-gehalte is een zwangerschapstest. Op basis daarvan kunnen wij je dan ook meedelen of er sprake is van een beginnende zwangerschap of niet. 
    • Als je in de loop van die twee weken je maandstonden krijgt, moet je ons op dag drie daarvan nog een bloedstaaltje bezorgen.
      Let erop dat je het niet vergeet, in de ontgoocheling die de maandstonden wellicht veroorzaken.

    Afronding van de behandeling  

    Tip

    Na een vruchteloze poging meteen opnieuw beginnen? Beter even wachten.

    Na de embryotransfer maak je een afspraak voor een ontmoeting met de CRG-arts. Of de IVF-poging is gelukt, weet je meestal reeds dat afrondende gesprek.
    • Blijk je zwanger te zijn, dan word je de eerste dagen en weken via de DM nog gevolgd via een echo en bloedonderzoeken.
      Maar wat de strikt medische opvolging betreft, kan je dossier in het centrum worden afgesloten.
    • Is de IVF-poging niét gelukt, dan kan dit hard aankomen. Nogal wat paren zoeken de schuld bij zichzelf: 'Wat hebben wij fout gedaan?' Maar doorgaans luidt het antwoord: 'Niets.' Want behalve nauwgezet de richtlijnen van de DM volgen, is er na een embryotransfer niets wat je kan doen om het resultaat te beïnvloeden.

    Follow-up tijdens zwangerschap en na de geboorte
     
    Blijkt de IVF/ICSI-poging gelukt, dan wordt de zwangerschap nog opgevolgd:
    • met een echografie, vijf weken na de embryotransfer;
    • en met bloedonderzoeken:
    • in de zestiende week tot slot gebeurt bij alle zwangere patiënten een bloedafname voor onderzoek op trisomie 21 (mongolisme). Dat kan in UZ Brussel gebeuren, of bij je eigen gynaecoloog.
    Hoe dan ook zal je zwangerschap vanaf een bepaald moment verder begeleid worden door de huisarts of gynaecoloog die je naar ons heeft verwezen.

    Follow-upstudies vanuit UZ Brussel 

    Toch zullen we vanuit UZ Brussel verder informeren naar het verloop van je zwangerschap en zelfs tot na de geboorte contact houden.
    • Daarom krijg je van ons twee vragenlijsten toegestuurd:
      • de eerste tegen het einde van het eerste trimester van je zwangerschap;
      • de tweede kort na de voorziene bevallingsdatum.
    • Bovendien zal je counselor meteen na vaststelling van de zwangerschap contact opnemen met het Centrum voor Medische Genetica (CMG) van UZ Brussel.
      Daarmee brengen we hen op de hoogte van je zwangerschap en stellen we hen in staat om de postnatale onderzoeken van je kind te plannen twee maanden en één jaar na de geboorte.

    Onze bevragingen mag je enerzijds zien als persoonlijke interesse: we willen graag weten of de behandeling succes heeft gehad en of je eventueel problemen hebt ondervonden.
    Anderzijds kaderen ze in het wetenschappelijk onderzoek dat we permanent voeren naar zwangerschappen ontstaan en kinderen geboren uit een vruchtbaarheidsbehandeling. Daarmee proberen we steeds de kwaliteit van onze behandelingen te verbeteren en de effecten van bepaalde wijzigingen (bv. in stimulatiemedicatie) in kaart te brengen.
    Bovendien voldoen we daarmee aan de wettelijke verplichting om statistische gegevens te verzamelen over (de gezondheid van) onze patiënten en hun uit IVF/ICSI of KI(D) geboren baby's.

    Wij vragen jullie dan ook met aandrang om ons de vragenlijsten ingevuld terug te bezorgen.
    Je helpt daarmee niet alleen het wetenschappelijk onderzoek vooruit, maar je dient er ook vele toekomstige patiënten mee. En misschien ben je dat zelf ooit nog eens.
    Voor je privacy hoef je niet te vrezen: alle gegevens worden volstrekt anoniem verwerkt. Er bestaat geen enkele kans dat de medische en andere informatie die jij ons verstrekt, teruggevoerd kan worden naar jou als persoon.