Donatie - Leven geven, leven delen
Eiceldonor worden? | Contacteer ons via www.eiceldonor.be of meld je bij de Consultatie CRG via het algemene nummer: +32 2 477 66 99. Bij de Con sultatie CRG kan je ook informatie krijgen over het ontvangen van donormateriaal. | | |
|
|
De vraag
Alle mensen die een beroep doen op medische assistentie om zwanger te raken, hebben minstens één ding gemeen: een sterk verlangen naar (nog) een kind. Sommigen maken alleen kans om hun verlangen in vervulling te zien gaan
als ze over de zaadcellen, eicellen of embryo's van anderen kunnen beschikken. Anderen hebben dan misschien weer het materiaal ter beschikking om de eersten mee te helpen. Daarom proberen we in het CRG in de mate van het mogelijke de twee groepen samen te brengen.
De vraag
Twee specifieke groepen van patiënten die donor-materiaal nodig hebben om hun kinderwens te vervullen, zijn alleenstaande vrouwen en lesbische paren. Zij kunnen mogelijk geholpen worden met
donorsperma. Voor de andere patiënten kan de nood van een paar aan 'vreemde' geslachtscellen grosso modo teruggevoerd worden op twee omstandigheden: ofwel zijn er geen eigen geslachtscellen beschikbaar (man en/of vrouw zijn onvruchtbaar) ofwel zijn de eigen cellen niet bruikbaar (man en/of vrouw zijn erfelijk belast).
Zo kan het zijn dat de man geen zaadcellen produceert, zodat kunstmatige inseminatie of IVF zelfs met ICSI geen alternatief vormt. KID, kunstmatige inseminatie met donorsperma, kan dan wel de oplossing zijn.
Soms ook produceert de vrouw geen of te weinig eigen eicellen, terwijl het sperma van de man geschikt is voor bevruchting. De belangrijkste oorzaak van niet-productie is wat men 'premature menopauze' noemt: het voortijdig uitvallen van de eierstokfunctie (vóór de leeftijd van 40 jaar). Het kan ook dat de eierstokken zijn weggenomen of door een kankerbehandeling beschadigd. Een andere situatie is dat de vrouw wél eicellen produceert, maar dat die om genetische redenen niet gebruikt kunnen worden. Zodra een vrouw ouder is dan 43 jaar, wordt bij medisch geassisteerde bevruchting hoe dan ook geen eigen materiaal meer gebruikt: de kans op slagen is dan nl. te klein om een behandeling te rechtvaardigen. In al deze gevallen kan
eiceldonatie uitkomst bieden.En dan zijn er nog paren bij wie het vruchtbaarheidsprobleem een combinatie is van zowel mannelijke als vrouwelijke factoren. Die paren kunnen eventueel geholpen worden via
embryodonatie.
Het aanbod
Wat betreft donorsperma houden vraag en aanbod elkaar min of meer in evenwicht, deels door het feit dat we ook buitenlandse spermabanken kunnen aanspreken, zoals het Deense Cryos. Toch is het CRG steeds op zoek naar nieuwe donoren. Hoe groter en gevarieerder het aanbod, hoe beter de selectie kan zijn voor het acceptorpaar. Bovendien, door het toenemende aantal patiënten dat een beroep doet op medisch geassisteerde bevruchting, wordt de vraag steeds groter en dreigt er langzaam maar zeker een tekort te ontstaan. Een campagne als 'Word een Sperman' kadert in de inspanningen van het CRG om daarop een antwoord te bieden. Surf naar
www.spermadonor.be als u er meer over wil weten.
Het aanbod aan donoreicellen en -embryo's daarentegen vertoont een permanent tekort. Het CRG zoekt daarom actief naar paren die bereid zijn om een bijdrage te leveren aan de oplossing van dit probleem. De campagne 'Er zit meer in u' kadert in die zoektocht. Surf naar
www.eiceldonor.be als u er meer over wil weten.
In eerste instantie worden voor de rekrutering van kandidaat eiceldonoren vrouwen aangesproken die zelf een IVF-behandeling ondergaan. Als ze bijvoorbeeld meer rijpe eicellen hebben ontwikkeld dan voor hun eigen behandeling nodig is, kunnen ze daar na de pick-up een deel van afstaan. Dit principe wordt egg-sharing genoemd, of 'gedeeltelijke donatie'. Ook kunnen paren die na de behandeling nog over ingevroren embryo's beschikken die ze zelf niet meer nodig hebben (bijvoorbeeld omdat hun kinderwens is vervuld), beslissen om die voor donatie af te staan.
Een specifieke groep onder die patiënten zijn zij die zelf nood hebben aan donormateriaal, in casu donorsperma. Via een systeem van 'solidaire donatie' probeert het CRG die vrouwen te motiveren om zelf als (gedeeltelijke) donor van eicellen op te treden.
Tegelijk wordt echter werk gemaakt van het zoeken naar 'vrijwillige' donoren. Dat zijn vrouwen die zelf geen vruchtbaarheidsprobleem hebben, maar die toch bereid zijn om dat deel van de behandeling te ondergaan dat leidt tot het oogsten van de rijpe eicellen. Meestal wordt zo'n vrijwilligster aangebracht door een paar dat zelf een behandeling met eiceldonatie zal ondergaan, maar het CRG probeert ook gezonde jonge vrouwen buiten het IVF-circuit te motiveren om als donor op te treden.
Anoniem, of niet? De algemene regel is dat donors de acceptors niet kennen, en omgekeerd. De nieuwe wetgeving (2007) over geassisteerde bevruchting en alles wat daarbij komt kijken, laat weliswaar de optie van gekende donatie open, maar impliceert in de formulering van de regels toch een grote voorkeur voor anonimiteit. Een specifieke situatie waarin daarvan kan worden afgeweken is die van 'gekende eiceldonatie', d.w.z. dat een ontvangend paar expliciet voor de door hen meegebrachte donor kiest, of vice versa.
Een andere mogelijkheid in diezelfde situatie is echter dat meerdere paren elk een donor meebrengen en dat de donors dan worden uitgewisseld. Dat systeem heet 'wisseldonatie', en het laat paren toe om in de eigen familie- of kennissenkring een donor te zoeken, terwijl de anonimiteit toch gegarandeerd kan worden. We bespreken onder
gekende donatie versus wisseldonatie waarom dat belangrijk kan zijn.
Strenge selectie en genetische screening Het ligt voor de hand dat niet iedereen voor donorschap in aanmerking komt. Alle donoren zijn vooraf zorgvuldig medisch geselecteerd. Zo wordt eventueel een stamboom opgesteld, waarbij nagegaan wordt welke de terugkerende kenmerken zijn in de familiale historiek. Het gaat daarbij over globale kenmerken als leeftijdverwachting, fysieke gezondheid, mentale stabiliteit, enzovoort.
Bij de vooronderzoeken wordt onder meer de bloedgroep en de rhesusfactor van de donor bepaald, en het bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van infecties, zoals hepatitis (geelzucht) en HIV (het virus dat aids veroorzaakt).
Van een zaaddonor wordt verder een fenotypisch profiel opgesteld, waarbij zijn uiterlijke kenmerken in kaart worden gebracht: kleur van haar en ogen, huidskleur, gestalte, ... Bij het gebruik van donorsperma wordt er namelijk op gelet dat de bloedgroep van de donor en zoveel mogelijk van zijn uiterlijke kenmerken bij de partner van de acceptor passen.
Bij eicel- en embryodonatie is fenotypische selectie helaas niet mogelijk: het aanbod is te beperkt en de behandeling te complex. Voor eicel- of embryodonatie worden bovendien enkel vrouwen geaccepteerd die niet ouder zijn dan 35 jaar. Van die regel wordt alleen afgeweken in het geval van gekende donatie en met uitdrukkelijke toestemming van het acceptorpaar.
Dubbele controle na zes maanden
Ook het afgestane materiaal wordt uitgebreid medisch onderzocht. Zo wordt het genetisch gescreend, om eventuele erfelijke aandoeningen bij voorbaat op te sporen. Ingevroren sperma wordt bovendien minstens zes maanden bewaard: sommige infecties – en in het bijzonder HIV – komen namelijk maar in de loop van die periode aan het licht. Door het sperma na die tijd en voor gebruik opnieuw te testen, verzekert het CRG er zich van dat het niet besmet is.
Voor eicellen was zo'n double check vroeger niet mogelijk. Omdat eicellen tot voor kort niet ingevroren konden worden, gebeurde eiceldonatie altijd met vers materiaal. Uiteraard ondergingen de donoren dezelfde medische en genetische vooronderzoeken als de donoren van zaadcellen of embryo's, maar de eicellen konden niet een aantal maanden in quarantaine gehouden worden om ze gegarandeerd infectievrij te kunnen verklaren.
Daar is verandering in gekomen: door een techniek die vitrificatie heet, kunnen nu ook eicellen worden ingevroren. Maar die techniek bevindt zich nog in een experimtentele fase en zal de eerstkomende tijd het gebruik van verse eicellen niet volledig vervangen. Daarom willen we hier opnieuw benadrukken dat ook als verse eicellen worden gebruikt, alle beschikbare voorzorgen genomen worden om de kans op infectie van de eicel praktisch tot nul te beperken.
Wie zijn wettelijk de moeder en de vader?
Babymeisje.jpg)
In België maakt de wet geen onderscheid tussen paren die op een natuurlijke manier een kind krijgen en zij die daarvoor een beroep doen op donormateriaal. Altijd is de vrouw die het kind baart automatisch de moeder. Is de vrouw getrouwd, dan wordt haar man al even automatisch de vader van het kind. Is de vrouw niet gehuwd, dan kan haar partner vrijwillig het kind erkennen en zo wettelijk het vaderschap verwerven.
Daarom moet u, als u embryo's, eicellen of spermacellen wil doneren uw schriftelijke toestemming geven: u vult een formulier in en ondertekent dat. In geval van embryodonatie of eiceldonatie n.a.v. een eigen IVF-behandeling moeten beide partners tekenen. Daarmee staat u uw erfelijk materiaal ook echt af, het is niet meer van u.
Ook de vrouw of het paar dat donormateriaal ontvangt moet een formulier ondertekenen, om te bevestigen dat ze het accepteren.