Spermadonatie en eiceldonatie

Soms heb je als wensouder(s) nood aan de zaadcellen of eicellen van anderen om je kinderwens te kunnen vervullen. Je bent dan een kandidaat-acceptor.

Vraag en aanbod


Genetische diagnose van je embryo's

Als je nood aan donorcellen het gevolg is van erfelijke belasting, kan embryotesting (PGT) een alternatief zijn. Dat is een MBV-cyclus met genetische diagnose van de embryo's vóór terugplaatsing.
Maar als PGT voor jou/jullie niet de juiste medische keuze is, kunnen donorcellen mogelijk uitkomst bieden.



De nood aan donorcellen in een MBV-behandeling kan zich voordoen in de volgende situaties.

Donorsperma

  • Je bent een alleenstaande vrouw met kinderwens.
  • Je hebt een lesbische relatie en jullie willen samen een kind.
  • Je produceert als man geen (goede) zaadcellen, waardoor een MBV-behandeling met jouw sperma weinig of geen kans op slagen heeft.
  • Je bent als man erfelijk belast, waardoor je eigen zaadcellen niet (zomaar) gebruikt kunnen worden in jullie MBV-behandeling.

Donoreicellen

  • Je produceert als vrouw geen (goede) of te weinig eicellen:
    • als gevolg van voortijdige menopauze, of
    • doordat je eierstokken beschadigd of weggenomen zijn tijdens een kankerbehandeling – zie ook www.oncofertiliteit.be.
  • Je bent als vrouw erfelijk belast, waardoor je eigen eicellen niet (zomaar) gebruikt kunnen worden in je MBV-behandeling.
  • Je bent ouder dan 43 jaar. Dan gebruiken we voor MBV geen eigen eicellen meer: de slaagkans van de behandeling is dan namelijk te klein.

Donor worden?

Op deze site met informatie voor eiceldonoren kan je je aanmelden als kandidaat-donor.

Op deze site met Informatie voor spermadonoren kan je je aanmelden als kandidaat-donor.


Anoniem of niet?
Strenge selectie en genetische screening
Dubbele controle

De vraag naar donorcellen is veel groter dan het aanbod. Het CRG is dan ook steeds op zoek naar nieuwe donoren. Hoe groter en gevarieerder het aanbod, hoe beter de selectie kan zijn voor onze kandidaat-acceptoren.
Voor de rekrutering proberen we soms onze eigen patiënten te sensibiliseren, maar we zoeken ook naar 'vrijwillige' donoren. Dat zijn vruchtbare mannen en vrouwen die bereid zijn om geslachtscellen af te staan. Bij eiceldonatie gaat het om vrouwen die dat deel van de MBV-behandeling willen ondergaan dat leidt tot de verzameling van de rijpe eicellen. Vaak wordt zo'n vrijwilligster aangebracht door patiënten die zelf een behandeling met eiceldonatie zullen ondergaan, maar het CRG probeert ook om gezonde jonge vrouwen buiten het MBV-circuit te motiveren om donor te worden.

Anoniem, of niet?   

De algemene regel is dat de acceptor de donor niet kent, en omgekeerd.
De Belgische wetgeving over MBV en het gebruik van donormateriaal laat de optie van gekende donatie open, maar uit de regels spreekt toch een grote voorkeur voor anonimiteit. 

Anonieme donatie heeft namelijk een aantal voordelen: zie gekend versus anoniem.
Daarom biedt het CRG ook bij gekende eiceldonatie een anoniem alternatief aan: wisseldonatie. Zie ook Soorten eiceldonatie.
  • Bij gekende eiceldonatie kiest een acceptor expliciet voor de door haar/hen meegebrachte donor en vice versa.
  • Bij wisseldonatie gaan de ‘gekende’ eicellen van de donor naar de eicelbank en krijgt de acceptor anonieme eicellen in de plaats.
    Dit laat wensouders toe om in eigen familie- of kennissenkring een donor te zoeken, terwijl anonimiteit toch gegarandeerd is.

Strenge selectie en genetische screening  

Uiteraard komt niet iedereen in aanmerking voor donorschap.
  • Er is de factor leeftijd.
    • Voor spermadonoren is de leeftijdslimiet 44 jaar, d.w.z. dat je kan doneren tot de dag voor je 45ste verjaardag.
    • Voor eiceldonoren is de leeftijdslimiet 35 jaar, d.w.z. dat je kan doneren tot de dag voor je 36ste verjaardag.
      Van die limiet kan alleen worden afgeweken bij gekende eiceldonatie.
  • Elke kandidaat-donor wordt grondig medisch gescreend, aan de hand van:
    • een uitgebreide vragenlijst over zijn/haar familiale medische geschiedenis,
    • een bloedonderzoek naar de infectieziekten hepatitis B & C (geelzucht), hiv, syfilis en (bij mannen) chlamidia,
    • standaard genetische testen:
      • een chromosoomanalyse (karyotypering),
      • een DNA-analyse voor mucoviscidose (CFTR-mutatie),
      • een DNA-analyse voor spinale musculaire atrofie (smn-1), en
      • een screening voor thalassemie (een bloedziekte).
  • Eventueel wordt een stamboom opgesteld, met aandacht voor terugkerende kenmerken in de familiale historiek, zoals leeftijdsverwachting, fysieke gezondheid, mentale stabiliteit, enz.

Daarnaast streven we naar een goede ‘match’: we proberen donor en acceptor zo goed mogelijk bij elkaar te laten passen.
  • We checken de bloedgroep en resusfactor.
  • We stellen een fenotypisch profiel op, d.w.z. uiterlijke kenmerken zoals huidskleur, kleur van haar en ogen, gestalte,...
    Helaas is zo'n fenotypische match meestal maar beperkt mogelijk, vanwege het beperkte aanbod.

Dubbele controle  

Het afgestane lichaamsmateriaal wordt eveneens medisch gescreend.
  • Met de NAT-test zoeken we naar de aanwezigheid van virussen en kunnen we (o.a.) hiv opsporen.
  • Met genetische testen proberen we zoveel als mogelijk erfelijke risico’s uit te sluiten.

Als je als acceptor over een donor kan beschikken, is het niet altijd gemakkelijk om te kiezen tussen gekende donatie en de anonieme variant. Wat zijn de voor- en nadelen?

Qua anonimiteit
Bij eiceldonatie  – qua behandeling
Qua wachtlijst

Qua anonimiteit  

Zowel het CRG als de wetgever geven de voorkeur aan anonieme donatie.
  • Anonimiteit is een goede methode om alle partijen te beschermen tegen teleurstellingen, conflicten, tegengestelde belangen. Hoe goed de onderlinge relatie vandaag ook is, het valt niet te voorspellen hoe ze over vijf of tien jaar zal zijn.
    Zeker als er iets misgaat met de zwangerschap of als het kind een erfelijke aandoening blijkt te hebben, is de kans groot dat de relatie tussen donor en acceptor vertroebeld raakt door de schuldvraag.
  • Maar ook als alles goed gaat, zijn conflicten niet uitgesloten.
    • Er kan een meningsverschil ontstaan over de mate van openheid tegenover het kind over zijn of haar herkomst.
    • Misschien verwacht jij als acceptor impliciet dat je donor emotioneel betrokken blijft bij het kind, terwijl dat voor hem of haar geen evidentie is.
    • Omgekeerd wil de donor misschien nauw betrokken blijven bij zwangerschap en geboorte, terwijl dat voor jou/jullie moeilijk ligt.

Bij eiceldonatie – qua behandeling  

Als acceptor van een gekende eiceldonor beschik je automatisch over alle eicellen die zij produceert.
  • Als dat er veel zijn, is dat uiteraard een voordeel.
    Alle eicellen worden bevrucht met het sperma van jouw partner of van een donor.
    Als daaruit meer embryo's ontstaan dan er teruggeplaatst worden, worden de boventallige embryo’s ingebankt. Als de eerste MBV-cyclus niet tot een zwangerschap leidt of als jullie later nog een kind willen, kunnen jullie uit die boventallige embryo's putten.
  • Als de stimulatiekuur bij de donor echter weinig eicellen oplevert, wordt het voordeel een nadeel.
    Hoe minder aantal rijpe eicellen we kunnen bevruchten, hoe kleiner de kans dat de behandeling boventallige embryo's zal opleveren. Als de embryotransfer in de eerste cyclus niet leidt tot zwangerschap, moet je in principe de hele behandeling overdoen. Met dezelfde donor, als die daartoe bereid is, of met een nieuwe.

Qua wachtlijst 

Tegen één voordeel van gekende donatie valt moeilijk op te tornen: er is geen wachtlijst. Zodra je als acceptor een donor gevonden hebt die aan de medische vereisten voldoet, kan je behandeling beginnen.
  • Toch kunnen ook acceptoren die zelf een donor aanbrengen en kiezen voor anonieme donatie snel geholpen worden. In het CRG koppelen we elke maand alle beschikbare eicellen aan acceptoren op de wachtlijst. Voor acceptoren die een donor hebben aangebracht, kan de voorbereiding op de eiceldooi en embryotransfer starten zodra de aangebrachte donoreicellen ingebankt zijn.
  • De wachttijd voor acceptoren zonder aangebrachte donor is afhankelijk van het aanbod aan donoreicellen: hij kan variëren van drie maanden tot één jaar.

In België maakt de wet geen onderscheid tussen paren die op een natuurlijke manier een kind krijgen en zij die daarvoor een beroep doen op donormateriaal.
  • Altijd is de vrouw die het kind baart automatisch de moeder.
  • Is de vrouw getrouwd, dan wordt haar partner al even automatisch de vader of meemoeder van het kind.
  • Is de vrouw niet getrouwd, dan kan haar partner vrijwillig het kind erkennen en zo wettelijk het ouderschap verwerven.

Bij lesbische koppels is nog de situatie mogelijk dat de ene vrouw eicellen doneert aan de andere. 
  • De donor is dan de genetische moeder.
  • De vrouw die bevalt, is de biologische moeder en dus de juridische moeder.
  • Als het koppel niet getrouwd is, kan de genetische moeder het kind erkennen na de geboorte als ze samenwoont met de biologische moeder. 
  • Zijn de vrouwen wel getrouwd, dan is de genetische moeder automatisch (juridisch) meemoeder.

Om tot deze 'wettelijke' situatie te komen, moeten donor en acceptor(en) een contract afsluiten.
  • Als donor bevestig je daarmee expliciet dat je je erfelijk materiaal afstaat. Het is na ondertekening van het contract (en de afname van je geslachtscellen) niet meer van jou.
  • Als acceptor – alleenstaande vrouw of koppel – aanvaard je expliciet het donormateriaal.