Interventies bij de man in het kader van een vruchtbaarheidsbehandeling

De vruchtbaarheid van een man hangt grotendeels samen met zijn zaadproductie. Zie de zaadkwaliteit voor de normen waaraan een zaadstaal moet voldoen om van 'normale' vruchtbaarheid te kunnen spreken.

Hersteloperatie sterilisatie


Indicaties
Vooronderzoek
Vaso-vasostomie
Vaso-epididymostomie

Procedure bij verdoving

Wat is de praktische gang van zaken in UZ Brussel bij een onderzoek of ingreep onder verdoving?

Reanastomose is een ingreep onder volledige verdoving, waarbij je één, soms twee nachten in het ziekenhuis moet overnachten. Je wordt dus opgenomen in een verpleegeenheid van UZ Brussel en daar op de ingreep voorbereid.

Indicaties 

Een reanastomose wordt uiteraard uitsluitend uitgevoerd op vraag van een patiënt.
Als je een sterilisatie hebt ondergaan maar in een andere levensfase - of met een nieuwe partner - toch een kind wil, kan reanastomose een optie zijn. Maar ook een ingreep voor zaadextractie - om zaadcellen uit de zaadbal of de bijbal te halen - gevolgd door een IVF-behandeling met ICSI, behoort in dat geval tot de mogelijkheden.

Je zou je dus kunnen afvragen waarom je een omkeeroperatie zou ondergaan als er ook andere opties bestaan.
  • In de eerste plaats uiteraard omdat reanastomose je vruchtbaarheid herstelt en je daarna niet meer noodzakelijk aangewezen bent op een IVF-behandeling om zwanger te worden.
  • Maar ook zal, zelfs als de zaadkwaliteit na de hersteloperatie niet optimaal is, ICSI met zaad uit een zelf geproduceerd spermastaaltje betere resultaten opleveren dan met zaad dat rechtstreeks uit de zaad- of bijbal is gehaald.
  • Tijdens de omkeeroperatie kunnen trouwens tegelijkertijd zaadcellen geoogst worden en ingevroren. Zo heb je een voorraadje achter de hand voor het geval de omkeeroperatie niet leidt tot herstel van de doorgankelijkheid van de zaadleiders.

Vooronderzoek 

Tot vijftig procent van de mannen die zich laten steriliseren, ontwikkelen daarna antilichamen tegen hun eigen zaadcellen. Die zorgen ervoor dat de zaadcellen minder beweeglijk worden of aan elkaar gaan klitten. De aan- of afwezigheid van die antistoffen is dus bepalend voor je vruchtbaarheid.
Daarom wordt een omkeeroperatie altijd voorafgegaan door een immunologische bloedanalyse, om te onderzoeken of in je bloed antilichamen tegen sperma zitten. Zo kan een betere prognose gemaakt worden over je vruchtbaarheid na de ingreep.
Toch is, zelfs bij aanwezigheid van antistoffen, een reanastomose te verkiezen boven een ingreep voor spermaextractie, tenzij ook je partner een belangrijk vruchtbaarheidsprobleem heeft.

Vaso-vasostomie - van zaadleider naar zaadleider 

Met deze techniek wordt geprobeerd om via een insnede in de balzak de verbinding te herstellen tussen de twee stukjes afgebonden zaadleider. Dat gebeurt voor beide zaadleiders.
Eerst wordt nagekeken of in het ene afgebonden stukje (dat vanuit de bijbal vertrekt) zaadcellen zitten. Zo ja, dan wijst dat erop dat er tot aan dat punt een normale doorvoer van zaadcellen is en bedraagt de slaagkans van de ingreep negentig procent.
Let wel, met slaagkans bedoelen we de kans dat de doorgankelijkheid van de zaadleiders hersteld is na de operatie. De kans dat ze (via coïtus) leidt tot zwangerschap, ligt rond de zestig procent als je partner jonger is dan 35 jaar.

Vaso-epididymostomie - van bijbal naar zaadleider 

Als geen zaadcellen aangetroffen worden in het eindje zaadleider dat uit de bijbal vertrekt, kan dat wijzen op een verstopping in de bijbal. De bijbal bestaat namelijk uit dertig meter fijne leiding die sterkgewonden is. Onder hoge druk van de zaadproductie kunnen de zaadcellen er zich gaan opstapelen, met verstopping als gevolg. Een sterk opgezette bijbal is daar een symptoom van.
In dat geval zal de behandelende chirurg het verstopte deel vermijden en de bijbal van op een andere plaats proberen te verbinden met het stuk afgebonden zaadleider dat verder loopt naar de zaadblaasjes en prostaat.
Technisch is deze ingreep moeilijker omdat er een verbinding gemaakt moet worden tussen een buisje met een minuscule diameter (het gewonden buisje van de bijbal) en de zaadleider, die een veel grotere diameter heeft. Het is alsof je de koperen buis van de waterleiding waterdicht moet zien te verbinden met een buis van de riolering.
Deze vorm van reanastomose heeft dan ook een kleinere kans op slagen: slechts één keer op vier komen er opnieuw zaadcellen door de zaadleiders.
Deze ingreep wordt soms ook uitgevoerd om verstoppingen te remediëren die het gevolg zijn van infecties (bv. chlamydia).