Zorgtraject voor wensouders met een virale infectie

Het CRG van UZ Brussel staat wereldwijd hoog aangeschreven om zijn expertise in medisch begeleide voortplanting (MBV) en alle behandelingen die daarmee samenhangen.
In onze werking staat de zorg voor de patiënt steeds centraal. Door de jaren heen hebben we daarom altijd grote aandacht besteed aan de verbetering – qua comfort en qua effectiviteit – van onze behandelingen.

Vanuit die filosofie hebben we een aangepast behandelingstraject (of zorgtraject) ontwikkeld voor wensouders met een infectieziekte.
Of je als man besmet bent of als vrouw of allebei, dankzij dit zorgraject is het voor veel wensouders met een infectieziekte mogelijk om een gezond kind op de wereld te zetten.

Zorgtraject voor hiv

Preventieve maatregel

Er bestaat geen vaccin tegen hiv.
Om het infectierisico bij seksueel contact zo laag mogelijk te houden, bevelen we in het algemeen het gebruik van condooms aan.

Een besmetting met hiv (humaan immuundeficiëntievirus) gebeurt hoofdzakelijk door:
  • seksueel contact (uitwisseling van lichaamsvochten); en
  • overdracht van moeder naar kind tijdens de zwangerschap of bevalling. Dat noemen we verticale overdracht.
Andere mogelijke besmettingsbronnen zijn:
  • besmet materiaal (naalden) bij intraveneus druggebruik; en
  • niet-gescreend bloed en bloedproducten (bij transfusies).

Zodra besmetting is opgetreden, blijft het virus aanwezig in het lichaam. Definitieve genezing is nog steeds niet mogelijk.

De huidige antivirale behandelingen werken evenwel zeer goed en laten toe om de infectie onder controle te houden.
Daardoor is gezinsplanning voor hiv-patiënten mogelijk geworden. Wel zijn bepaalde maatregelen nodig om te vermijden dat je partner hiv oploopt of dat de baby geïnfecteerd raakt tijdens de zwangerschap of de geboorte.


Er zijn gegevens die erop wijzen dat ‘natuurlijke bevruchting’ veilig kan zijn voor een koppel van wie één partner hiv-positief is (of zelfs beide partners). D.w.z. dat je kan proberen om zwanger te worden via seksuele betrekkingen zonder gebruik van een condoom.

Daar zijn echter strikte voorwaarden aan verbonden:
  • je gebruikt de antivirale geneesmiddelen op een correcte manier;
  • er is voldoende onderdrukking van het virus in je bloed;
  • je hebt geen andere seksueel overdraagbare infecties; en
  • je hebt geen andere seksuele contacten dan met je vaste partner.
 

De optie van natuurlijke bevruchting zal van tevoren grondig overwogen en met jullie besproken worden door de betrokken artsen.

Behalve op de genoemde manieren - overdracht via de uitwisseling van lichaamsvochten of besmet bloed - is overdracht van hiv ook mogelijk via geïnfecteerde eicellen, sperma en embryo’s.Vandaar de wettelijke verplichting voor fertiliteitscentra om minstens om de drie maanden een infectieus bloedonderzoek uit te voeren bij patiënten.

Voor een baby bestaat het risico van besmetting tijdens de geboorte door contact met bloed of andere lichaamsvochten van de moeder. Het risico op overdracht via de placenta tijdens de zwangerschap is zeer klein, maar niet onmogelijk.

Als je hiv-positief bent, moet je - voor je een vruchtbaarheidsbehandeling kan starten in het CRG - groen licht krijgen van het multidisciplinaire comité dat daarover beslist. Daarin zetelen een microbioloog, een arts van het aids-referentiecentrum (ARC) gespecialiseerd in infectieziekten, een CRG-gynaecoloog, -embryoloog en -psycholoog en CRG-medewerkers uit het labo en de administratie.
Aan de beslissing van het comité gaan drie consultaties vooraf:
  • bij de dienst infectieziekten van UZ Brussel;
  • in het CRG bij de coördinerende fertiliteitsarts van het zorgtraject voor wensouders met een infectieziekte; en
  • in het CRG bij de psycholoog.
Op een maandelijkse vergadering bespreekt het comité alle dossiers van hiv-positieve wensouders. Daar wordt beslist om een aanvraag al dan niet goed te keuren. Als het antwoord positief is, kan de MBV-behandeling starten.
De termijn tussen de aanvraag en de eventuele start van de behandeling bedraagt ongeveer twee maanden.

Als je partner niet hiv-positief is en je hebt geen specifiek vruchtbaarheidsprobleem, hoef je niet per se een MBV-behandeling in het CRG te ondergaan. Je kan de bevruchting thuis organiseren via zelfinseminatie.
Als je daarvoor kiest, vraag je best even raad aan je fertiliteitsarts. Bepaalde technische handelingen bij de uitvoering van zelfinseminatie verhogen namelijk je slaagkansen.
Net als bij een natuurlijke bevruchting zal je meerdere pogingen nodig hebben voor je op deze manier zwanger raakt.

Als het met zelfinseminatie niet lukt om zwanger te worden, of als je deze methode niet wenst, kan je in het CRG terecht voor elke vorm van MBV-behandeling: IUI, IVF of ICSI.
Welke methode de beste is, hangt af van jullie vruchtbaarheidsprobleem. De behandelende CRG-arts zal jullie tijdens de consultatie informeren over jullie opties.

Tijdens de zwangerschap

Goede medische begeleiding verkleint het risico dat de baby besmet raakt. Zo is het gebruik van antiretrovirale medicatie meestal nodig, zeker tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap en bij de bevalling. De medicatie is bedoeld om de hoeveelheid hiv-virus in het lichaam zo laag mogelijk te houden en de kans op overdracht op de baby zo klein mogelijk te maken.
Als je deze medicatie inneemt, zal je zwangerschap min of meer gelijkaardig verlopen als bij andere vrouwen. Maar omdat je vatbaarder bent voor complicaties voorzien we extra opvolging.

De bevalling

De kans op overdracht van hiv op de baby is het grootst tijdens de bevalling. Zodra de vliezen breken, komt de baby immers in contact met het virus in het lichaam van de moeder.
Hoe meer virus er in het lichaam zit en hoe langer de baby daaraan wordt blootgesteld, hoe groter het risico op overdracht.
Indien de virale lading echter goed onderdrukt is door de medicatie, is vaginaal bevallen de eerste keuze. Een keizersnede is dan enkel noodzakelijk bij verloskundige problemen.
Is het hiv-virus op het moment van de bevalling daarentegen wel detecteerbaar, zal de verloskundige eerder kiezen voor een keizersnede.

Na de geboorte

Als de zwangerschap correct is opgevolgd en de bevalling goed medisch begeleid, is de kans op besmetting zeer klein. Niettemin is gedurende de eerste twee jaar van zijn/haar leven opvolging van je baby voorzien. Dat gebeurt door een pediater verbonden aan het aids-referentiecentrum.
Om te weten te komen of je kind al dan niet geïnfecteerd is, staan een aantal bloedonderzoeken op het programma:
  • bij de geboorte;
  • op de leeftijd van drie weken;
  • na twee tot drie maanden;
  • na zes, twaalf en achttien maanden.

Als na drie bloedonderzoeken geen virus is gevonden, is de kans groot dat het kind niet besmet is. De laatste bloedtest na 18 maanden geeft definitief uitsluitsel.

Na de geboorte krijgt je baby medicatie toegediend in siroopvorm. De keuze van de medicatie en de duur van de therapie is vooral afhankelijk van jouw virale lading op het ogenblik van de bevalling.
Borstvoeding geven hoort helaas niet tot de mogelijkheden. De kans dat de baby besmet raakt is te groot, daarom is flessenvoeding aangewezen.

 

Als je als hiv-positieve man een kind van jezelf wil, dan ben je – los van de hiv-status van je (vrouwelijke) partner – aangewezen op een MBV-behandeling met ICSI.

In deze behandeling zal je sperma eerst ‘gewassen’ worden: in opeenvolgende wasbeurten scheiden we de zaadcellen van het spermavocht en de omringende cellen waarin het virus zich bevindt.
Na die wasprocedure moeten de spermacellen opnieuw getest worden op de aanwezigheid van het virus. Dat gebeurt met een hiv-test op een fractie van het gewassen staaltje. De overige gewassen zaadcellen worden ingevroren in afwachting van het testresultaat.
Als de test uitwijst dat de zaadcellen virusvrij zijn, kunnen ze na ontdooiing gebruikt worden in jullie ICSI-behandeling.

De zwangerschap

Als je partner hiv-negatief is en blijft tijdens de zwangerschap, dan zal de baby ook hiv-negatief zijn.
Als je partner ook hiv-positief is, dan hangt het risico op overdracht naar het kind af van de werking van de antivirale behandeling en geldt wat beschreven staat in situatie 1.

Tijdens de zwangerschap en de bevalling, en na de geboorte

Een hiv-infectie bij de man heeft geen invloed op het verloop van de zwangerschap en de geboorte of in de periode na de geboorte.