Zorgtraject voor wie moeilijk zwanger blijft

Misschien is het jou ook al overkomen? Dolgelukkig bij de bevestiging van zwangerschap, daarna bittere teleurstelling: de zwangerschap evolueert niet of eindigt in een miskraam.
Je bent helaas niet alleen: heel wat zwangerschappen eindigen voortijdig. Al naargelang van het tijdstip waarop dat gebeurt, noemen we dat een miskraam of niet.
Zie daarvoor Herhaald miskraam? We hebben het daar tevens over mogelijke oorzaken.

Consultaties - waar en wanneer?

Na afspraak, op maandag of donderdag
Contacteer ons via het CRG-contactcentrum, per mail of telefoon

Multidisciplinair onderzoeksproject

Aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en UZ Brussel zijn momenteel verschillende onderzoeken aan de gang die verband houden met herhaald implantatiefalen of herhaald miskraam.
  • Twee klinische onderzoeken (T4life en ALife2) focussen respectievelijk op schildklieraandoeningen en op stollingsstoornissen. Ze verlopen in samenwerking met de universiteit van Amsterdam.
  • De VUB-onderzoeksgroep REIM (Reproductieve Immunology and Implantantion) voert fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar specifieke genetische aspecten en immunologische factoren.
  • En dan is er nog het onderzoek (in samenwerking met de universiteit van Warwick) naar de capaciteit van het baarmoederslijmvlies om adequaat te reageren op de prille zwangerschap.

Juiste definitie is belangrijk
Eén probleem bij het onderzoek naar (herhaalde) miskramen is dat de terminologie niet overal en niet door iedereen op dezelfde manier wordt gebruikt, ook niet onder specialisten of in de (internationale) wetenschappelijke literatuur.
Zo wordt het vroege verlies van een zwangerschap al snel veralgemenend een‘miskraam’ genoemd, terwijl er een belangrijk pathologisch verschil kan bestaan tussen verlies op zes weken en verlies op twaalf weken.
Die niet-uniformiteit zorgt er mee voor dat data uit de vele studies over (herhaald) miskraam moeilijk naast elkaar gelegd kunnen worden om tot een globaal beeld te komen.
En dat leidt er dan weer toe dat er (nog) maar weinig consensus bestaat over de aanpak van het probleem in de klinische praktijk.