Wat doen we?  Onderzoeken man


Immunologisch onderzoek


Routinebloedtest
Antilichamen tegen spermacellen
 
 
Het immunologisch onderzoek bij de man gebeurt op basis van hetzij een bloedprik (zie praktisch), hetzij een spermastaaltje (zie praktisch).
 
Routinebloedtest [bloedprik | labo]
Naar aanleiding van eerste consultatie in het CRG en vóór je aan een vruchtbaarheidsbehandeling kan beginnen, zal een bloedstaaltje worden afgenomen. Hetzelfde geldt als je bijvoorbeeld spermadonor wil worden.
Dat bloedstaaltje dient onder andere om een infectie-onderzoek te doen. Je bloed wordt getest op de aanwezigheid van antilichamen tegen het aidsvirus (HIV), geelzucht (Hepatitis B) en Hepatitis C, en tegen syfilis. De aanwezigheid van antistoffen wijst erop dat je hetzij geïnfecteerd bent of geweest bent met de ziekte in kwestie, hetzij ertegen gevaccineerd.
Bij bepaalde indicaties kan ook worden onderzocht of je niet geïnfecteerd bent met chlamydia, gonorroe of een andere seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Vooral chlamydia is daarbij een risico, omdat het de meest voorkomende SOA is in de Benelux bij vrouwen en mannen tussen de 15 en 35 jaar. Vrouwen merken vaak niet dat ze besmet zijn, mannen meestal wel: één tot drie weken na de besmetting krijg je symptomen als pijn of een branderig gevoel bij het plassen, en afscheiding uit de penis.
Chlamydia en gonorroe zijn goed te behandelen met antibiotica, als de diagnose op tijd wordt gesteld. Als je ze evenwel overdraagt op je partner en de behandeling ervan blijft uit, kan dat ernstige gevolgen hebben voor haar vruchtbaarheid.
 
Antilichamen tegen spermacellen
Het kan gebeuren dat je als man antilichamen aanmaakt tegen je eigen spermacellen. Met de volgende twee onderzoeken wordt nagegaan of dat het geval is. Soms zijn beide nodig om tot een éénduidig antwoord te komen.
mar-test
(Mixed Anti-globulin Reactietest)
[spermastaaltje, labo andrologie]
De MAR-test gaat wordt uitgevoerd op een zaadstaal met voldoende beweeglijke zaadcellen en heeft als doel na te gaan of er in het zaadstaal stoffen aanwezig zijn die de zaadcellen doen samenklitten en ze dus onbeweeglijk maken.
Hij heeft zijn tegenhanger in de TAT-test, die evenwel op een bloedstaaltje wordt uitgevoerd en minder precies is.   
TAT-test (Tray-Agglutinationtest) [bloedprik | labo andrologie]
Zoals in de MAR-test wordt ook hier nagegaan of de man geen antistoffen aanmaakt tegen zijn eigen zaadcellen, maar dan op basis van een bloedanalyse. Dezelfde test wordt gebruikt bij vrouwen (zie aldaar).
Bij de man gebeurt dit onderzoek standaard als hij een omkeeroperate van een sterilisatie aanvraagt. In vijftig procent van de gevallen is de man immers niet opnieuw vruchtbaar na een (geslaagde) omkeeroperatie. Dat komt o.a. doordat het lichaam kennis kan krijgen van al die geproduceerde zaadcellen die het lichaam niet op een natuurlijke manier verlaten. In een poging om die 'lichaamsvreemde' cellen te vernietigen, kunnen de witte bloedcellen antistoffen gaan produceren.
De TAT-test is niet feilloos en spreekt zich ook niet specifiek uit over de aanwezigheid van antilichamen tegen zaadcellen alleen. Hij levert dan ook vaak vals-positieven op: in bijna dertig procent van de gevallen blijkt de man toch opnieuw vruchtbaar te zijn na een omkeeroperatie, zelfs al was de TAT-test positief. Daarom, als de test aantoont dat de man antilichamen aanmaakt, dan wordt die zo mogelijk geverifieerd door een MAR-test, die veel preciezer is.
Toch gaat voor een eerste screening de voorkeur naar de TAT-test, omdat hij weinig vals-negatieven oplevert. Als de man volgens de TAT-test geen antistoffen aanmaakt tegen zijn zaadcellen, dan is dat doorgaans ook niet zo, en kan de omkeeroperatie met een betere kans op succes worden uitgevoerd.
Postcoïtale en SCMC-test
Soms is het de vrouw die antilichamen aanmaakt tegen zaadcellen. Uitleg over de onderzoeken daarnaar vind je onder de immunologische onderzoeken bij de vrouw.