Wat doen we?  Onderzoeken vrouw


Op consultatie


Tijdens de eerste consultatie in het CRG probeert de behandelende arts via een 'anamnese' een volledig beeld te krijgen van je algemene fysieke en gezondheidstoestand en je medische geschiedenis. 
Voor zover dat nog niet gebeurd is bij je eigen arts of gynaecoloog volgt dan een fysiek onderzoek,
wat bij de vrouw ook een gynaecologische evaluatie impliceert.
 
Anamnese
Een anamnese gebeurt op basis van een vraaggesprek. De arts probeert alle relevante informatie te verzamelen over je medische voorgeschiedenis en je huidige fysieke en gezondheidsconditie. Om dat gesprek efficiënt te laten verlopen zal je worden gevraagd vooraf een uitgebreide vragenlijst in te vullen. Je kan dat hier downloaden door op het formulier-icoontje te klikken.   
vragenlijst
vrouw.
Als je al een bepaald medisch traject achter de rug hebt, of in verband met je huidige probleem al op consultatie bent geweest bij andere artsen (huisarts, gynaecoloog, ...) zal de CRG-arts je medisch dossier opvragen en dat bestuderen.
 
Veel vragen die de arts je stelt, gaan over intieme zaken. Die informatie hebben we nu eenmaal nodig om een antwoord te vinden op het waarom van jullie (misschien schijnbare) onvruchtbaarheid.
Hieronder enkele zaken die de arts van jullie beiden wil weten:
  • je leeftijd;
  • of één van jullie beiden in een vorige relatie al een kind heeft gehad;
  • hoe lang de (huidige) kinderwens al bestaat zonder dat die is vervuld;
  • of je op geregelde basis seks hebt met penetratie en ejaculatie (coïtus);
  • met welke frequentie je coïtus hebt; op welke tijdstippen in je cyclus;
  • welke problemen je in verband daarmee eventueel hebt;
  • welk soort anticonceptie je hebt gebruikt en wat je ervaringen daarmee zijn;
  • welke ingrepen je vroeger hebt ondergaan;
  • wat je eet-, drink- en leefgewoonten zijn. Roken bijvoorbeeld gaat gepaard met een belangrijke vermindering in de vruchtbaarheid;
  • de medische geschiedenis van je familie. Die vragen worden gesteld om eventuele erfelijke aandoeningen te detecteren.

 

Vragen die specifiek aan jou als vrouw worden gesteld, gaan over:
  • je menstruele patroon: duur en regelmaat van de cyclus, veranderingen in het patroon ervan over de jaren heen,...;
  • je maandstonden: duur in dagen, hevigheid qua bloedverlies, gaan ze gepaard met pijn en zo ja: hevige of lichte pijn, waar situeert de pijn zich, enz...

Pijn is daarbij niet altijd een teken van problemen: een lichte pijn ter hoogte van het kleine bekken (die vaak gepaard gaat met borstspanning en gemoedsveranderingen) wijst er doorgaans op dat ovulatie wel degelijk plaatsvindt.
Hetzelfde geldt voor pijn in de lage buik in het midden van de cyclus (tijdstip van de eisprong) of ook tijdens de maandstonden zelf.

  • welke anticonceptie je gebruikt, sinds wanneer, en welke verwikkelingen daar al dan niet mee gepaard gingen.
    In het geval van een spiraaltje zal de arts er zich tijdens het gynaecologisch onderzoek soms van vergewissen of het inderdaad verwijderd werd;
  • welke abdominale ingrepen je hebt ondergaan, inclusief curettages.
    Elke ingreep in het kleine bekken kan namelijk leiden tot verklevingen, een curettage mogelijk tot een verkleving  in de baarmoeder.

 

Fysiek onderzoek, incl. gynaecologisch
Doorgaans wordt de anamnese gevolgd door een fysiek onderzoek, tenzij dat al gebeurd is bij de arts die je heeft doorverwezen (huisarts of gynaecoloog).
  • Een fysiek onderzoek omvat: wegen, bloeddruk meten, borstonderzoek,...
  • Bij het gynaecologische onderzoek
    • wordt onder andere de positie, het volume, de vorm, de consistentie en de mobiliteit van je baarmoeder nagegaan (zie ook verminderd vruchtbaar, gynaecologische afwijkingen);
    • soms wordt een beetje slijm uit de baarmoederhals genomen en gecontroleerd op ontstekingen of antistoffen (zie immunologisch onderzoek);
    • ter voorbereiding van een vruchtbaarheidsbehandeling neemt men doorgaans ook een uitstrijkje (paptest) voor onderzoek van de baarmoederhals, wat een vroegtijdige opsporing van baarmoederhalskanker mogelijk maakt;
    • in bepaalde gevallen wordt vooruitlopend op een inseminatie of embryotransfer (het in de baarmoeder terugplaatsen van embryo's) de lengte van de baarmoederhals en de baarmoeder gemeten, met een fijn buisje via de vagina.
Tot slot, soms hebben we nog beelden nodig om het lichaam beter in kaart te brengen. De echografie, hysterosalpingografie, hysteroscopie en laparoscopie vind je onder medische beeldvorming.
Top