Mogelijke oorzaken en enkele cijfers
Onze kennis van de menselijke geslachtsorganen en de hormonale processen die ze sturen, leren ons waar het zoal mis kan gaan (zie ook zoeken naar de oorzaak,
bij de man en
bij de vrouw):
- stoornissen in de hormoonproductie ter hoogte van de hersenen;
- stoornissen in de hormoonproductie ter hoogte van de geslachtsorganen;
- onvoldoende productie van zaadcellen;
- slechte kwaliteit van zaadcellen;
- stoornissen in de uitrijping van de eicellen;
- onvoldoende of ontbrekende voorraad eicellen, slechte kwaliteit van eicellen;
- blokkering in het traject van de zaadcel door het mannelijke geslachtsapparaat;
- blokkering in het traject van de eicel door het vrouwelijke geslachtsapparaat;
- stoornissen in het ontmoetingstraject (plaats, timing, interactie) tussen zaadcel en eicel;
- problemen bij de innesteling van het embryo.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie treft het probleem van subfertiliteit/infertiliteit gemiddeld tien procent van de wereldbevolking. In absolute cijfers gaat het naar schatting om tachtig miljoen mensen, ongeveer twee miljoen nieuwe probleemparen per jaar.
Een wereldwijd WHO-onderzoek bij 5.700 paren wijst uit dat in 41% van de gevallen alleen bij de vrouw een belastende factor te vinden is, in 27% alleen bij de man en in 32% bij beide partners.
Andere studies die over de jaren heen (in dit geval bij de westerse populatie) zijn gevoerd naar welke problemen aan de basis van onvruchtbaarheid liggen, leveren de volgende cijfers op:
| 30% |
| 22% |
| 17% |
| 5% |
Onverklaarde onvruchtbaarheid | 14% |
Andere (immunologisch, genetisch, etc.) | 12% |
Bij die cijfers moeten we steeds in gedachten houden dat de vruchtbaarheid van een paar afhangt van beide partners. Een verminderd vruchtbare man (met minder zaadcellen dan gebruikelijk) kan bv. bij zijn eerste – normaal vruchtbare – partner probleemloos een kind hebben verwekt, terwijl het bij een tweede partner niet wil lukken, omdat (bv.) haar eicelvoorraad minder goede eicellen bevat of de eileiders niet naar behoren functioneren.
Dat één van beiden in het verleden al een kind verwekt/gekregen heeft, betekent dus niet automatisch dat die partner perfect vruchtbaar is.
Op de eerste consultatie in het CRG zal de arts op basis van een vraaggesprek met beide partners proberen uit te maken welke onderzoeken bij welke partner uitgevoerd moeten worden. Maar hoe dan ook staan voor beide partners onderzoeken op het programma, want in de realiteit wordt de onvruchtbaarheid van een paar vaak veroorzaakt door een combinatie van meerdere factoren.
Elk onderzoek dient om het vruchtbaarheidsprobleem waarmee je kampt zo nauwkeurig mogelijk af te bakenen en de meest aangewezen behandeling te bepalen.