Wat doen we?  Theorie van de vruchtbaarheid  Verminderde vruchtbaarheid


Gynaecologische afwijkingen


Bij afwijkingen aan de baarmoeder denken we onder meer aan:
  • een éénhoornige of tweehoornige baarmoeder: soms gaat één eileider over in een hoorn, soms is dat met beide eileiders het geval;
  • de aanwezigheid van een tussenschot (septum), zodat je – als dat tussenschot groot is – een tweekamerige baarmoeder krijgt;
  • de aanwezigheid binnenin of op de buitenwand van fibromen (vleesbomen) of poliepen.

Hoewel die afwijkingen strikt genomen de bevruchting van de eicel niet tegenwerken, kunnen ze wel een negatieve rol spelen bij de innesteling van het embryo en miskramen veroorzaken.

Laparoscopisch zicht op een normale
baarmoeder en eileiders.
Daarom wordt op consultatie bij je arts in het CRG doorgaans ook een gynaecologisch onderzoek uitgevoerd, tenzij dat al uitgevoerd zou zijn door je eigen gynaecoloog.
Als dat fysieke onderzoek aangeeft dat er mogelijk een probleem is, dan kan dat verder onderzocht worden via een diagnostisch kijkonderzoek (diagnostische hysteroscopie of laparoscopie).
In geval het mogelijk is én nodig om een vruchtbaarheidsbehandeling kans op slagen te geven, kan de afwijking worden geremedieerd via een werkhysteroscopie, een werklaparoscopie, of bij grotere myomen een laparotomie.
 
Onder gynaecologische ingrepen vind je welke aandoening het best via welke ingreep kan worden behandeld.
Top