Je slaagkans op een kind na IVF-ICSI

Je slaagkans op een kind na een IVF/ICSI-behandeling hangt af van verschillende factoren. De belangrijkste vaststelling uit de praktijk is dat je individuele slaagkans vooraf moeilijk in te schatten is. Toch zullen de artsen van het CRG altijd proberen om een zo accuraat mogelijke inschatting te maken.

In het algemeen kunnen we alleen zeggen dat IVF voor heel wat paren het proberen zeker waard is, maar niet altijd leidt tot de geboorte van een kind.
Succes kan niet worden gegarandeerd

Slaagkans in het CRG

Uit de praktijk blijkt dat het moeilijk blijft om jouw individuele slaagkans bij een MBV-behandeling van tevoren te voorspellen. Tijdens de intake-consultatie zal de CRG-arts evenwel altijd proberen om een zo goed mogelijke inschatting te maken. Dat gebeurt o.m. op basis van onze medische ervaring, maar ook op basis van onze resultaten uit het verleden.

De hier weergegeven grafiek is gebaseerd op de resultaten van alle CRG-patiënten die in 2011 met hun eerste IVF/ICSI-behandeling zijn gestart, zonder dat er enige selectie (lees ‘uitsluiting’) is gebeurd op basis van hun medisch profiel. 

De grafiek toont
  • voor een aantal leeftijdscategoriën,
  • de te verwachten cumulatieve kans (d.w.z. over verschillende pogingen heen),
  • op een bevalling (dus niet op zwangerschap of op doorgaande zwangerschap),
  • na elke gestarte cyclus waarvan de eicelpunctie minstens één eicel opleverde, en/of
  • na de eventuele terugplaatsing van verse embryo's en eventuele ingevroren-gedooide embryo's – en dat met strikte toepassing van de wettelijke normen inzake het aantal embryo’s dat teruggeplaatst mag worden.
  • Op de verticale as zie je hoeveel vrouwen (op honderd) uit elke leeftijdscategorie bevallen zullen zijn van een baby na een IVF-ICSI-behandeling met eventuele terugplaatsing van verse en ingevroren-gedooide embryo's.
  • Op de horizontale as zie je na hoeveel behandelingscycli.
  • Eén voorbeeld: in de leeftijdsgroep tot en met 36 jaar is de verwachting dat van de honderd vrouwen die met IVF-ICSI starten er 47 zullen bevallen na hun eerste behandelingscyclus.
    Als zij die niet bevielen na de eerste cyclus een tweede cyclus aanvatten, zullen er 63 van de oorspronkelijke 100 bevallen zijn.
    Na de derde behandelingscyclus zal 74% bevallen zijn, en zo verder.
Het effect van de leeftijd valt onmiddellijk op:
  • op jonge leeftijd word je vlot zwanger: de eerste behandelingscycli geven een hoge bevallingskans;
  • op latere leeftijd geeft elke behandelingscyclus een vergelijkbare maar lagere cumulatieve bevallingskans:
    • wegens moeilijker zwanger worden (lagere kans op innesteling), en
    • moeilijker zwanger blijven (meer risico op miskraam);
  • voor de groep vrouwen van 40 tot 42 jaar zullen na de eerste behandelingscyclus tien op honderd starters bevallen. Na de vierde behandelingscyclus zijn 38 vrouwen van de honderd starters bevallen.

Kortom, daar waar in de jongste leeftijdscategorie bijna 9 op de 10 vrouwen bevallen zullen zijn na zes behandelingscycli, is dat in de groep van 40 tot 42-jarigen slechts 45%.
Voorbij de leeftijd van 42 jaar is de slaagkansen van vrouwen die niet geselecteerd werden op basis van een beter medisch profiel eerder beperkt: minder dan tien procent zal bevallen.

Tot slot, als een IVF/ICSI-behandeling met jullie eigen genetisch materiaal zonder resultaat blijft, vaak als gevolg van de leeftijdsfactor, bestaat nog de mogelijkheid om gebruik te maken van donormateriaal, d.w.z. donoreicellen of donorembryo’s.