De kans op een kind na een MBV-behandeling


Je kans op een kind na IVF of IVF/ICSI

Je kans op een kind na een IVF/ICSI-behandeling hangt af van verschillende factoren. Factoren die je zelf kan beïnvloeden (Wat kan je zelf doen?) en andere waar je geen controle over hebt.
Een bijdrage over cijfers en de interpretatie van cijfers.

Hoewel je individuele kans op succes moeilijk te voorspellen is, zal je CRG-arts altijd proberen om een zo accuraat mogelijke inschatting te maken.

In het algemeen kunnen we alleen zeggen dat IVF/ICSI in veel situaties het proberen zeker waard is, maar niet altijd leidt tot de geboorte van een kind. 


Onder verminderde vruchtbaarheid bespreken over de verschillende factoren die ertoe kunnen bijdragen dat je als persoon of als koppel moeite hebt om zwanger te worden. In een IVF/ICSI-behandeling hebben vooral de volgende aspecten een invloed op je slaagkans.
  • Je leeftijd (als vrouw)

  • Hoe ouder je bent, hoe minder vlot je zwanger wordt en hoe hoger het risico op miskraam.
  • Je behandelingshistoriek

    Het aantal voorafgaande IVF/ICSI-behandelingen is een indicatie. Als je bv. al vier vruchteloze pogingen achter de rug hebt, zal een eventuele vijfde behandeling niet dezelfde slaagkans bieden als de eerste.
  • Je medisch profiel

    Je fysieke conditie speelt natuurlijk ook een rol, ongeacht je leeftijd. Sommige aspecten van die conditie heb je zelf niet in de hand, andere wel. Voor die laatste: lees zeker onze tips i.v.m. levensstijl.
  • Hieronder de belangrijkste factoren die je slaagkans kunnen beïnvloeden.
    • Ben je een vrouw, en:
      • bevat je eierstok nog maar weinig eicellen, dan kan dit je slaagkans negatief beïnvloeden (ongeacht je leeftijd);
      • heb je een afgesloten, met vocht gevulde eileider (hydrosalpinx), dan zal dat je slaagkans halveren;
      • rook je dagelijks, dan verminder je je slaagkans eveneens bijna met de helft;
      • heb je overgewicht, d.w.z.  een BMI van meer dan 25 (kg/m²), dan verlaagt dat je slaagkans met bijna één derde. 
    • Ben je een man, dan bepaalt de kwaliteit van je sperma mee je kans op de verwekking van een kind.
      In de praktijk van IVF/ICSI echter speelt deze factor alleen nog mee voor mannen met een probleem in de zaadproductie, bij wie het zaad voor de behandeling bekomen is via een chirurgische ingreep (TESE).   
Uiteraard bestaan er ook verschillen in slaagkans tussen de verschillende behandelingscentra (in België en daarbuiten).
Zo toont de Belgische rapportering voor 2015 een variatie in slaagkans tussen de Belgische centra van 23% tot 48% per embryotransfer in de zogenaamde referentiegroep – d.w.z. bij vrouwen jonger dan 36 jaar die een eerste IVF/ICSI-behandeling ondergaan.

Expertise en kwaliteit

Die verschillen kunnen zowel te maken hebben met expertise als met de kwaliteit van de behandeling. Hoewel dat moeilijk aantoonbaar is, leiden investeringen in kwaliteitsbeheer meestal tot een betere slaagkans.

Selectie van patiënten

Ook wat betreft de selectie van patiënten hanteert niet elk centrum dezelfde normen. Sommige centra zullen patiënten met een bepaald medisch profiel niet opnemen voor behandeling of doorverwijzen. En zoals we hiervoor zagen is je medisch profiel – naast je leeftijd en het aantal IVF/ICSI-pogingen - een belangrijke indicator voor je uiteindelijke slaagkans.

Meting en interpretatie

Veel centra drukken hun slaagkans uit als ‘kans op zwangerschap’ of ‘kans op doorgaande zwangerschap’. Dat betekent dat bv. miskramen niet altijd mee verrekend worden en de cijfers dus mooier ogen.
Verder wordt de slaagkans soms uitgedrukt ‘per embryotransfer’. Ook dat kan een geflatteerd beeld geven van de kans op succes, omdat patiënten die geen transfer kregen – maar wel een behandelingscyclus waren gestart – niet meegerekend worden. M.a.w. patiënten met een slechtere prognose – bv. omwille van een laag aantal eicellen de eicelpunctie, het uitblijven van de bevruchting, een slechte embryo-ontwikkeling – zijn niet zichtbaar in de cijfers

Om die reden werkt het CRG met een cumulatieve weergave van de slaagkans: d.w.z. de slaagkans per behandelingscyclus en over de cycli heen. Dat levert een eerlijker inschatting op van de slaagkans, omdat er enerzijds geen selectie gebeurt van patiënten met een beter medisch profiel en anderzijds het effect van het aantal pogingen mee ingecalculeerd wordt.

Uit de praktijk blijkt dat het moeilijk blijft om jouw individuele slaagkans bij een MBV-behandeling van tevoren te voorspellen. Tijdens de intake-consultatie zal de CRG-arts evenwel altijd proberen om een zo goed mogelijke inschatting te maken. Dat gebeurt o.m. op basis van onze medische ervaring, maar ook op basis van onze resultaten uit het verleden.

De hier weergegeven grafiek is gebaseerd op de resultaten van alle CRG-patiënten die in 2011 met hun eerste IVF/ICSI-behandeling zijn gestart, zonder dat er enige selectie (lees ‘uitsluiting’) is gebeurd op basis van hun medisch profiel. Zie paper in The Lancet.

De grafiek toont
  • voor een aantal leeftijdscategoriën,
  • de te verwachten cumulatieve kans (d.w.z. over verschillende pogingen heen),
  • op een bevalling (dus niet op zwangerschap of op doorgaande zwangerschap),
  • na elke gestarte cyclus waarvan de eicelpunctie minstens één eicel opleverde, en/of
  • na de eventuele terugplaatsing van verse embryo's en eventuele ingevroren-gedooide embryo's – en dat met strikte toepassing van de wettelijke normen inzake het aantal embryo’s dat teruggeplaatst mag worden.
  • Op de verticale as zie je hoeveel vrouwen (op honderd) uit elke leeftijdscategorie bevallen zullen zijn van een baby na een IVF-ICSI-behandeling met eventuele terugplaatsing van verse en ingevroren-gedooide embryo's.
  • Op de horizontale as zie je na hoeveel behandelingscycli.
  • Eén voorbeeld: in de leeftijdsgroep tot en met 36 jaar is de verwachting dat van de honderd vrouwen die met IVF-ICSI starten er 47 zullen bevallen na hun eerste behandelingscyclus.
    Als zij die niet bevielen na de eerste cyclus een tweede cyclus aanvatten, zullen er 63 van de oorspronkelijke 100 bevallen zijn.
    Na de derde behandelingscyclus zal 74% bevallen zijn, en zo verder.
Het effect van de leeftijd valt onmiddellijk op:
  • op jonge leeftijd word je vlot zwanger: de eerste behandelingscycli geven een hoge bevallingskans;
  • op latere leeftijd geeft elke behandelingscyclus een vergelijkbare maar lagere cumulatieve bevallingskans:
    • wegens moeilijker zwanger worden (lagere kans op innesteling), en
    • moeilijker zwanger blijven (meer risico op miskraam);
  • voor de groep vrouwen van 40 tot 42 jaar zullen na de eerste behandelingscyclus tien op honderd starters bevallen. Na de vierde behandelingscyclus zijn 38 vrouwen van de honderd starters bevallen.

Kortom, daar waar in de jongste leeftijdscategorie bijna 9 op de 10 vrouwen bevallen zullen zijn na zes behandelingscycli, is dat in de groep van 40 tot 42-jarigen slechts 45%.
Voorbij de leeftijd van 42 jaar is de slaagkansen van vrouwen die niet geselecteerd werden op basis van een beter medisch profiel eerder beperkt: minder dan tien procent zal bevallen.

Tot slot, als een IVF/ICSI-behandeling met jullie eigen genetisch materiaal zonder resultaat blijft, vaak als gevolg van de leeftijdsfactor, bestaat nog de mogelijkheid om gebruik te maken van donormateriaal, d.w.z. donoreicellen of donorembryo’s.