Stimulatie bij inseminatie: soms wel, soms niet
In recente jaren wordt er de voorkeur aan gegeven om de inseminatiebehandeling te laten aansluiten op je natuurlijke cyclus. Daarom wordt het verloop daarvan nauwgezet opgevolgd: enerzijds via bloedanalyses om de hormonale waarden te bepalen, anderzijds via één (soms meer) echografie(ën) om de ontwikkeling van de follikel te evalueren.
Toch is het soms voorafgaand aan de kunstmatige inseminatie nodig om de eierstokken licht met hormonen te stimuleren. Op die manier worden twee vliegen in één klap geslagen: de rijping van de eicel verloopt voorspoediger en de eisprong wordt beter voorspelbaar.
De stimulatiekuur bij kunstmatige inseminatie is dezelfde als bij coïtustiming:
- ofwel worden in tabletvorm anti-oestrogenen ingenomen (clomifeencitraat),
- ofwel worden via injecties gonadotrofines toegediend.
De mogelijke bijwerkingen zijn in beide gevallen beperkt. In het geval van anti-oestrogenen kan het gaan om een opgezet gevoel in de buik, warmte-opwellingen en - uitzonderlijk - het waarnemen van lichtflitsen; in het geval van hormonale inspuitingen om een weinig buikpijn.
Inname van anti-oestrogenen Door de inname van het anti-oestrogeen
clomifeencitraat krijgen de hersens het signaal dat het oestrogenenpeil laag is, wat ze proberen te verhelpen door sneller FSH en LH vrij te geven. Daardoor worden de eierstokken licht gestimuleerd. Als anti-oestrogenen in het begin van de menstruatiecyclus worden ingenomen, zal dat leiden tot de gelijktijdige ontwikkeling van enkele follikels.
|
Subcutane injectie met gonadotrofines |
Injecties met gonadotrofines
Een andere optie is de rechtstreekse inspuiting van de geslachtshormonen (gonadotrofines), in de vorm van hMG of rec-FSH (zie
hormoonsubstituten). Ook op die manier worden de eierstokken gestimuleerd om meerdere eicellen tot ontwikkeling te brengen. De injectiedosis moet wel precies bepaald worden, want het is niet de bedoeling - zoals wél bij IVF - om tot een superovulatie te komen (cf.
ovulatie-inductie).
De injecties worden onderhuids gegeven.
|
Deze echo geeft een mooi ontwikkelde follikel te zien |
Afronding met hCG-inspuiting of niet
Omdat beide stimulatiekuren doorgaans leiden tot een 'natuurlijke' LH-piek en daarmee ook - 36 tot 42 uur later - tot een 'natuurlijke' eisprong, moet het LH-gehalte in het bloed geregeld worden gecontroleerd. Zo kan het ovulatietijdstip zeer precies worden bepaald.
Als de LH-piek zich echter niet voordoet en de echografie toch aantoont dat één tot maximum drie follikels rijp zijn voor bevruchting (hun doorsnee is 17 mm of meer), zal ervoor gekozen worden om de ovulatie uit te lokken via een hCG-injectie.
Ook deze injectie wordt onderhuids gegeven: je kan dat thuis zelf (laten) doen, maar wel op het tijdstip dat door de DM wordt bepaald.