Vriesbewaring van cellen en weefsels

Tijdens je MBV-behandeling of in de aanloop ernaartoe kan het nodig zijn om reproductieve cellen of weefsel in te vriezen en te bewaren (in te banken). De weefselbank van UZ Brussel waar we reproductief menselijk lichaamsmateriaal bewaren, noemen we de MLM-bank van het CRG.

Om vriesbewaring mogelijk te maken moet je steeds een contract ondertekenen. Daarin:

  • geef je toestemming voor de vriesbewaring;
  • leg je de bewaarperiode vast;
  • beslis je wat er met het ingebankte materiaal moet gebeuren na afloop van de bewaartermijn of wanneer jij het niet meer kan gebruiken; en
  • (indien van toepassing) verbind je je ertoe om een bewaarkost te betalen voor de periode van bewaring.

Je kan die beslissingen steeds herzien, zolang dat schriftelijk gebeurt en vóór de bewaartermijn verstreken is.

De bewaring van zaadcellen en zaadbalweefsel

Sperma kan relatief gemakkelijk worden ingevroren en bewaard (ingebankt). Hetzelfde geldt voor zaadbalweefsel - met daarin hetzij zaadcellen, hetzij (prepubertaire) stamcellen.

Sperma inbanken gebeurt in de volgende situaties:

Vers of ingevroren?

Zowel bij IVF en IVF-ICSI als bij kunstmatige inseminatie met eigen sperma wordt om praktische redenen de voorkeur gegeven aan een vers staaltje.

  • voor donorsperma. Dat wordt namelijk nooit vers gebruikt.
    Meestal blijft donorsperma minstens zes maanden ingebankt voor het wordt gebruikt: zie Donatie - wat en hoe? over anonimiteit en dubbele controle;
  • als tijdens een TESE-, MESA- of PESA-ingreep meer zaadcellen verzameld worden dan nodig zijn voor de ICSI-bevruchting (zie zaadextractie voor ICSI);
  • tijdens een klassieke IVF-behandeling of bij kunstmatige inseminatie, als je niet aanwezig kan zijn op het ogenblik van de eicelpunctie of van de inseminatie.
    Ook als je denkt je op dat 'ultieme ogenblik' niet in staat zal zijn om een spermastaaltje te produceren, kan het vooraf laten inbanken een oplossing zijn;
  • voor je een sterilisatie (vasectomie) ondergaat;
    voor je een steriliserende behandeling moet ondergaan, bv. wegens kanker.
    Meer informatie daarover vind je in de website www.brusselsoncofertility.be. Daar bespreken we het inbanken van zaadcellen en zaadbalweefsel als mogelijke vorm(en) van preventie tegen het verlies van je vruchtbaarheid na een kankerbehandeling.

 

Via de chirurgische verwijdering van een stukje zaadbalweefsel (zie testisbiopsie) kunnen zaadcellen worden verzameld voor ze volledig zijn gerijpt, d.w.z. voor ze door de bijbal zijn gegaan.
Een testisbiopsie gebeurt soms om louter onderzoeksredenen. Doorgaans echter is de ingreep specifiek gericht op het verzamelen en bewaren van zaadcellen of de stamcellen waaruit de zaadcellen worden gevormd (zie een beetje anatomie).

Het inbanken van zaadbalweefsel kan een uitkomst zijn voor vier groepen van mannen en jongens.

Volwassen mannen

Volwassen mannen kunnen in principe zaadcellen laten inbanken en zijn daarom doorgaans niet aangewezen op de vriesbewaring van testisweefsel. Maar voor een aantal mannen is dat wel het geval:
  • mannen met azoöspermie (afwezigheid van zaadcellen in het spermastaaltje), die een TESE ondergaan om testiculaire zaadcellen te verzamelen voor een vruchtbaarheidsbehandeling met ICSI.
    Als meer zaadcellen gevonden worden dan nodig zijn voor de ICSI kunnen die, op vraag van de patiënt, ingevroren worden voor later gebruik;
  • mannen die een omkeeroperatie ondergaan, wat heet reanastomose of het herstel van de zaadleiders na een sterilisatie. Omdat reanastomose niet altijd het gewenste resultaat oplevert, kunnen patiënten ervoor opteren om voorafgaand aan de hersteloperatie testisweefsel te laten inbanken;
  • mannen die een mogelijk steriliserende behandeling voor kanker moeten ondergaan en bij wie in het spermastaaltje geen zaadcellen worden gevonden. Zie www.oncofertiliteit.be. £De kanker op zich kan namelijk leiden tot een belangrijke afname van de zaadproductie, waardoor azoöspermie ontstaat. Via TESE kan men bij sommige mannen zaadcellen vinden ter hoogte van de zaadbal en die inbanken vóór de kankerbehandeling van start gaat.
    Ook kan bij testiskanker de zaadbal verwijderd moeten worden en kan men eventueel zaadcellen uit de verwijderde testis halen om in te banken.

Jongens vóór hun puberteit

Jongens die een kankerbehandeling moeten ondergaan vóór hun puberteit, vormen een groep apart. Zij maken immers nog geen zaadcellen aan (zie opnieuw de zaadproductie). Als zij een steriliserende behandeling voor kanker of voor een bloedziekte (bv. sikkelcelanemie) moeten ondergaan, ligt de enige kans om hun latere vruchtbaarheid te vrijwaren in het inbanken van stamcellen uit de testis. Stamcellen zijn de cellen waaruit later de zaadcellen zullen worden gevormd. Daarom wordt (een) testis(weefsel) afgenomen en ingebankt, met het oog op een eventuele toekomstige transplantatie ervan.

Het inbanken van stamcellen uit de zaadbal van jongens in hun prepuberteit is momenteel nog steeds een experimentele behandeling. Ze biedt geen zekerheid over het latere herstel van de vruchtbaarheid. De ingreep wordt alleen overwogen in bepaalde gevallen en de beslissing ertoe wordt genomen in overleg tussen de ouders, de kinderarts, de kankerspecialisten en de fertiliteitskliniek.

Op www.brusselsoncofertility.be vind je meer gedetailleerde informatie over dit onderwerp. En als je op testiculaire stamcellen klikt, lees je meer over het onderzoeksproject dat aan de gang is in het CRG.