De zaadkwaliteit
Strikt genomen volstaan één eicel en één zaadcel om tot bevruchting te komen. Maar bij de tocht van de zaadcellen door de vrouwelijke geslachtsorganen gaat het grootste deel ervan verloren. Vandaar dat het absolute aantal zaadcellen dat in de vagina terechtkomt wordt na coïtus zeker een rol speelt in de evaluatie van de mannelijke vruchtbaarheid.
Toch neemt
een routinezaadanalyse veel meer parameters onder de loupe dan het absolute aantal zaadcellen. Een woordje uitleg.
Ejaculaat (semen) bestaat uit twee componenten:
- zaadcellen, geproduceerd door de zaadballen (testes), en
- zaadvocht, een voedingsrijk plasma dat voor 1/3 afgescheiden wordt door de prostaat en voor 2/3 door de zaadblaasjes. Elk van de twee organen geeft daarbij biochemische voedingsstoffen mee (resp. fructose en citroenzuur).
|
Een mooie verzameling gezonde zaadcellen |
Het zaadvocht (of semenplasma) zorgt niet alleen voor het transport van de zaadcellen door de mannelijke geslachtsorganen naar buiten en in de vrouwelijke, maar ook voor een stijging van de pH van de vagina. Goed zaadvocht heeft een pH van 7,2 tot 7,8 en fungeert daardoor als buffer voor de zaadcellen in de veel 'zuurdere' omgeving van de vagina. Zaadcellen immobiliseren immers snel bij een pH lager dan 6,2.
Ejaculaat is aanvankelijk een dikke substantie. Maar door een eiwitsplitsend enzym uit de prostaat vervloeit het bij kamertemperatuur al na zo'n 10 tot 30 minuten.
Hetzelfde geldt als het in de vagina terechtkomt. En met het ontbonden zaadvocht vloeit ook het grootste deel van de spermacellen zeer snel weer weg. Voor de overblijvende is het traject tot aan de eicel in de eileider een ware overlevingsstrijd.
Vandaar dat voor een geslaagde bevruchting de samenstelling van het ejaculaat belangrijk is:
- de hoeveelheid semen en de zuurtegraad ervan,
- het aantal zaadcellen, zowel per milliliter als in totaal;
- de kwaliteit van de zaadcellen: hun vorm, beweeglijkheidsgraad (mobiliteit) en vitaliteit.
Semen |
Volume | 1,5 ml of meer |
pH | 7,2 – 7,8 |
Sperma |
concentratie | 15 miljoen/ml of meer |
totale telling | 39 miljoen of meer |
progressieve mobiliteit (snelle en trage progressie) of | > 34% |
snel progressieve mobiliteit | |
normale vormen | > 4% |
vitaliteit | > 58% levend |
| |
Tabel WHO-normen voor semenanalyse (2009) |
Een semenanalyse in het labo andrologie loopt volgens de normen van de WHO. Daarbij geldt als normozoöspermie (een normaal zaadstaal):
een ejaculaat van minimaal anderhalve ml,
met tenminste 15 miljoen zaadcellen per ml of een totaal van 39 miljoen zaadcellen,
meer dan 58% daarvan moeten levende zaadcellen zijn met een goede mobiliteit,
en meer dan 4% moeten een normale vorm hebben.
Ook de zuurtegraad (pH) van het semen is van belang.
Toch mogen we ons ook hier niet blind staren op de cijfers. De waarden laten niet toe om een bepaalde man als onvruchtbaar te bestempelen. 'Mannelijke onvruchtbaarheid' is geen alles-of-niets-diagnose, maar hangt evenzeer samen met factoren bij de vrouwelijke partner en haar vruchtbaarheid.
De WHO-tabel laat vooral toe om het mannelijke aandeel in het fertiliteitsprobleem in te schatten. Een ernstige mannelijke factor kan dus gepaard gaan met een normale vruchtbaarheid van een paar, op voorwaarde dat de vrouw zeer vruchtbaar is.