“Na de storm”
Sommige dromen vragen meer tijd, meer moed en meer veerkracht dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Dit is het verhaal van onze kinderwens, van intens verdriet en groot gemis, maar vooral van liefde, hoop en blijven geloven, zelfs wanneer de weg onmenselijk zwaar aanvoelt…
Drie en een half jaar geleden begon ons IVF-traject. Voor mij voelde die eerste stap al zwaar. Alsof het mijn schuld was dat het niet op een natuurlijke manier lukte. Maar onze kinderwens was groter dan onze angst, groter dan onze twijfels. We begonnen er met volle moed aan, samen als een team.
Onze eerste terugplaatsing in ZOL Genk was meteen raak. We leefden op een roze wolk en durfden eindelijk te dromen van de toekomst als gezinnetje. Tot die droom op 16 weken uiteenspatte. Door een uitzonderlijk virus was het hartje van ons dochtertje gestopt met kloppen. Vier lange dagen verbleven we in het ziekenhuis voordat de bevalling op gang kwam. Het voelde alsof Louise nog wat langer dicht bij mij wilde blijven, veilig in mijn buik. Maar op de avond van de vierde dag namen we afscheid van die bijzondere verbondenheid en werd ons prachtige dochter geboren. Er was zoveel liefde en zoveel verdriet.
Ik was boos. Intens boos. Waarom wij? Waarom zij? En vooral een schuldbesef dat ik het virus had opgelopen.
We hoopten dat we snel opnieuw geluk zouden vinden. Dat een kindje in onze armen de scherpe randjes van het verdriet en het gemis zou verzachten. Dat het ons zou helpen om Louise een plaats te geven. We zetten ons traject verder. Maar de storm was nog niet voorbij…
Na Louise volgden nog 7 terugplaatsingen, waarvan drie miskramen en een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Mijn lichaam en geest waren uitgeput. Uitgeput van de hormonen, de operaties, de onderzoeken, de medicaties, de ziekenhuisbezoeken en vooral van telkens opnieuw recht te staan wanneer ik eigenlijk wilde blijven liggen. Van telkens opnieuw een glimlach op te zetten voor de buitenwereld, terwijl er vanbinnen zoveel pijn zat. Van het verdriet te zien bij anderen uit onze omgeving, die zoveel om ons gaven. Van te leren wie je echte vrienden zijn. De mensen die blijven vragen hoe het met je gaat, die stil blijven steunen zonder oordeel. Hen leer je des te meer waarderen. Anderen verdwijnen, of slagen er niet in om rekening te houden met je situatie, en ook daar leer je uit.
Toch blijft het leven verdergaan. Ik probeerde te genieten van de dingen die me gelukkig maakten. Van vrienden die luisterden, maar me ook meenamen om plezier te maken. Van mijn warme familie en schoonfamilie die altijd klaarstonden en ook begrepen als ik eens niet aanwezig was op een verjaardagsfeestje. Van mijn fantastische vriend, waarbij ik heel hard kon huilen, die me altijd troostten, die me terug energie en moed gaf, die me meenam op leuke uitstapjes, die me begreep zonder woorden. Niet te omschrijven hoeveel ik van die jongen houd. Ik hield me sterk, maar sommige momenten bleven moeilijk. Een zwangere vrouw zien, een baby in de kinderwagen. Dan denk je onvermijdelijk hoe het had kunnen zijn.
Na mijn laatste miskraam op 10 weken, was ik op. Ik bleef doorgaan, bleef werken, bleef vechten. Ik wilde Lee zo graag een kindje van ons beiden schenken. Vanaf januari 2026 besloot ik om van job als juf te veranderen en over te stappen naar een ander ziekenhuis. Ik gaf mezelf mentaal een nieuwe start. We kwamen terecht bij Brussels IVF, bij Dr. Boudry. Daar werden we vriendelijk onthaald en geholpen. We werden niet behandeld als een dossier of een nummer, maar als mensen met een verhaal. De persoonlijke aanpak, het luisterend oor en de zorg die we kregen, daar zijn we dankbaar voor. Er volgden opnieuw onderzoeken, medicatie en eindeloos wachten. We besloten om een extra embryo-selectie te laten uitvoeren. De lange autoritten maakten we gezellig met goede muziek en tankstationstops voor een koffietje en wat lekkers.
En toen, na een paar maanden, kwam opnieuw een terugplaatsing, de eerste in Brussels IVF.
En die was raak… De weken waren allesbehalve zorgeloos. We leefden van controle tot controle. Er waren bloedingen, hevige bloedingen. Maar ons kindje bleef vechten.
Vandaag ben ik rond de 20 weken zwanger, halfweg. We blijven voorzichtig, want we weten hoe kwetsbaar geluk kan zijn. Onze allergrootste wens is om onze baby gezond in onze armen te mogen sluiten. En wanneer die dag er is, zullen we samen kusjes blazen naar boven, naar de wolken, naar ons Louise en andere sterretjes.
Uiteindelijk draait dit verhaal niet alleen om verlies, maar ook om liefde. De liefde die ons door de donkerste dagen heeft gedragen. De liefde die ervoor zorgde dat we bleven geloven.
Aan iedereen die een kinderwenstraject doorloopt: ik weet hoe eenzaam het soms kan voelen. Maar je bent niet alleen. Je verdriet mag er zijn. Je angst mag er zijn. Blijf geloven. Blijf praten. Blijf elkaar vasthouden.
Want zelfs na de zwaarste storm kan er opnieuw licht verschijnen.
