Ontwikkeling van het embryo
Op dag 5 van de embryologische ontwikkeling bereikt een groot deel van de bevruchte eicellen het blastocyststadium. Dat is het meest ontwikkelde stadium dat een embryo op dag 5 kan bereiken.
Niet elke bevruchte eicel haalt dat stadium, een embryo kan zich op dag 5 ook in een eerder stadium bevinden:
- DEG: het embryo toonde tussen dag 3 en dag 5 van de ontwikkeling tekenen van degeneratie en kan hierdoor niet gebruikt worden in deze cyclus.
- FRAG: het embryo bevindt zich nog steeds in het celstadium, zoals op dag 3. Alleen zijn de individuele cellen uit elkaar gevallen in individuele fragmenten. Dit embryo kan hierdoor niet gebruikt worden in deze cyclus.
- Celstadium/Cleav: het embryo bestaat nog uit afzonderlijke cellen die je individueel kunt tellen. Wanneer er weinig tot geen verdere deling plaatsvindt tussen dag 3 en dag 5, spreken we van celarrest. Dit embryo kan hierdoor niet gebruikt worden in deze cyclus.
- C1: het begin van compactie. Dit is de eerste stap in de overgang van celstadium naar blastocyst. De celwanden worden vager en de cellen beginnen met elkaar te communiceren.
- C2: volledige compactie. Alle cellen communiceren met elkaar en zijn niet meer afzonderlijk te onderscheiden. Dit stadium gaat onmiddellijk vooraf aan de vorming van een vroege blastocyst.
Bij de beoordeling van een blastocyst kijken we naar drie zaken:
- Hoe ver het embryo zich heeft uitgebreid (de expansiegraad), score 1 tot 8
- Hoe goed de kiemknop (het celgroepje waaruit de foetus later groeit) ontwikkeld is, score A tot D
- Hoe sterk het trofectoderm is (de buitenste cellaag die later de placenta vormt), score A tot D
Die drie scores samen bepalen de embryokwaliteit, uitgedrukt in een cijfer van 1 tot 4.
Expansiegraad
BL1: vroege blastocyst waarbij de blastocyst holte kleiner is dan het halve volume van het embryo en waarbij sikkelvormige cellen aanwezig zijn.
BL2: vroege blastocyst waarbij de blastocyst holte groter is dan het halve volume van het embryo.
BL3: volledige blastocyst. De blastocyst holte vult het embryo volledig. Vanaf dit stadium zijn de kiemknop en het trofectoderm zichtbaar.
BL4: expanderende blastocyst. De blastocyst holte is nu groter dan het oorspronkelijke embryo en de zona wordt merkbaar dunner.
BL5: ontluikende of hatchende blastocyst. Een deel van het trofectoderm begint door de zona naar buiten te komen.
BL6: gehatchte blastocyst. De blastocyst is volledig uit de zona.
BL7: de blastocyst hаtcht kunstmatig via een opening die in het labo in de zona wordt gemaakt. Dit gebeurt bij patiënten die een PGT-onderzoek ondergaan.
BL8: de blastocyst krimpt na expansie terug samen in plaats van te hatchen. Dit noemen we een collaps. Zulke blastocysten kunnen nadien opnieuw expanderen en overgaan naar een type met blastocyst holte.
Kiemknop
(het celgroepje waaruit de foetus later groeit)
A: dicht opeengepakt, veel cellen.
B: los gegroepeerd, meerdere cellen.
C: zeer weinig cellen.
D: de cellen van de kiemknop zijn niet duidelijk zichtbaar of vertonen tekenen van degeneratie.
Trofectoderm
(de buitenste cellaag die later de placenta vormt)
A: veel cellen die samen een gesloten, goed georganiseerde laag vormen.
B: weinig cellen die een lossere, minder aaneengesloten laag vormen.
C: zeer weinig grote cellen, zonder tekenen van degeneratie.
D: de cellen vertonen tekenen van degeneratie.