Dag 5 (6 of 7)

Embryo’s die verder delen tot dag 5 ondergaan nog meerdere celdelingen.

In principe gaan alle blastomeren zich telkens verdubbelen, waardoor we een serie krijgen: 8, 16, 32, 64, 128, ….

Op dag 4 treedt compactie op: de cellen vormen één compact geheel waarin geen individuele cellen meer zichtbaar zijn.

Op dag 5 vertoont het embryo een caviteit (holte). Nu zijn we in het stadium van de blastocyst. We kunnen de cellen niet meer individueel tellen. Wel kunnen we twee celcompartimenten onderscheiden. Enerzijds de kiemknop, die de toekomstige foetus zal vormen en anderzijds het trophectoderm, dat onder andere de toekomstige placenta zal opleveren.

Aan embryo’s in dit stadium kennen we verschillende scores toe afhankelijk van het ontwikkelingsstadium:

  • vroege blastocysten met een kleinere caviteit en nog geen kiemknopontwikkeling, versus
  • volledige blastocysten met een grotere caviteit en kiemknopontwikkeling.

Het aantal cellen in beide celcompartimenten en de manier waarop ze gegroepeerd zijn, zullen mee de score van het embryo bepalen.

Biopsie op Dag 5 (6-7)


Naast biopsie op dag 3 gebeurt ook vaak een biopsie tijdens het blastocyststadium. Op dat stadium is er al een grote selectie gebeurd van de eicellen die bevrucht raakten. We voeren enkel een biopsie uit bij de blastocysten met de hoogste implantatiekans. In dit stadium zullen 5-8 cellen verwijderd worden van het trophectoderm (de buitenste laag cellen). Daarom dienen er zeker voldoende van deze cellen aanwezig te zijn, om nadien de implantatiekansen niet te verkleinen. Enkel blastocysten die zowel een goede kiemknop als voldoende trophectodermcellen bevatten, komen in aanmerking voor deze procedure.

Na de biopsie zullen deze embryo’s ingevroren worden tot we het resultaat van de genetische testing ontvangen.

Veelgestelde vragen over embryologie

Waarom wordt mijn embryotransfer uitgesteld van dag 3 naar dag 5?

Als de embryotransfer op dag 3 uitgesteld wordt naar dag 5 wil dat zeggen dat we minstens vier embryo's van goede kwaliteit hebben. Om een betere selectie te kunnen maken wordt daarom gewacht tot dag 5 om finaal het embryo of de embryo's met het beste ontwikkelingspatroon te kunnen kiezen.

Waarom krijg ik geen embryotransfer?

Voor een terugplaatsing in de baarmoeder komen alleen embryo's tot en met kwaliteit 3 in aanmerking. Als we niet over voldoende goede embryo's beschikken, wordt je embryotransfer geannuleerd. Dat kan zijn omdat de embryo's onvoldoende gedeeld zijn, ofwel gestopt zijn in hun ontwikkeling, ofwel te veel fragmentatie vertonen. Een medische reden kan zijn dat je last hebt van hyperstimulatie. Een embryotransfer laten doorgaan in de lopende cyclus zou dat probleem alleen vergroten, omdat ook het embryo hormonen begint te produceren tijdens zijn verdere ontwikkeling in je lichaam. Voor een eventuele volgende poging zal de arts je stimulatieschema aanpassen om hyperstimulatie te vermijden. Als er voldoende embryo's van goede kwaliteit aanwezig zijn, zullen we die invriezen voor een eventuele latere terugplaatsing. In een cyclus met gedooide embryo's gaat aan de embryotransfer geen (ingrijpende) stimulatiefase vooraf, zodat zich geen hyperstimulatie kan voordoen. Als er embryo's ingevroren worden, delen we je het aantal per brief mee.

Er werd geen bevruchting gezien en toch krijg ik embryotransfer?

Als we maar één pronucleus in de eicel gezien hebben, kunnen we de eicel toch als bevrucht beschouwen omdat het om een asynchroon verschijnen of verdwijnen van de pronucleï kan gaan. We kunnen de tweede pronucleus dan gemist hebben in onze evaluatie, die maar een momentopname is. Het resulterende embryo kan teruggeplaatst worden.

Er waren geen embryo's van kwaliteit 1, 2 of 3 en toch krijg ik embryotransfer?

Embryo's waarvan meer dan de helft van de cellen meerkernig zijn en daardoor tot kwaliteit 4 behoren, kunnen teruggeplaatst worden als er geen andere embryo's beschikbaar zijn en het embryo voldoende cellen bevat.

Er zijn meer embryo's gebruikt voor de embryobiopsie dan er bevruchting werd gezien?

Heel uitzonderlijk kan ook een 1PN-embryo van goede kwaliteit geselecteerd worden voor embryobiopsie. We beschouwen het 1PN-embryo in dit geval als bevrucht omdat we in de evaluatie de tweede pronucleus misschien gemist hebben (asynchroon verschijnen of verdwijnen van de pronucleï). De genetische diagnose zal uitwijzen of het wel degelijk om een normaal bevruchte eicel ging.